16-05-11

De liniaal van de juistheid.

measure.jpg

 

Kent u dat voorval? U bent zo een van die brave middelbare burgers of jonge, nog naïeve idealisten die om de een van de honderden gerechtigde of ingestampte redenen besluit om een groene auto te kopen. Of een andere moralistische maatregel in uw leven te integreren. Keuze staat hierin altijd vrij. U stort uzelf met kinderlijk enthousiasme op uw Jesusdaad en toch stuit u vanaf de eerste klinker waarmee u het heugelijke feit meedeelt aan een soortgenoot op een onverbiddelijke muur van verzet. 

‘’Maar alee, Jos, denkt ge nu echt dat uwen auto iets gaat veranderen aan het klimaat. Terstond, der is ni veel subsidie op en zoiets kost geld. Waar kunt ge die biobrandstof nu krijgen? Die modellen zijn ook ni zo mooi, he… Koopt toch nen mooien BMW met da geld, joenge, ge hebt der voor iet voor gewerkt.’’ 

En deze cynist blijkt geen eenzame zonderling te zijn, meer zelfs, uw omgeving zit er vol van. 

Nog erger: u ondervindt dit niet enkel iedere keer u een mede-enthousiasteling probeert te ontdekken, maar ook bij iedere karma-update die u betoogt; een goed doel steunen, vrijwilligerswerk, sport, gezonder eten, afval piekfijn sorteren, uw uitstoot verminderen,… 

De harde kritiek luidt nochtans iedere keer dezelfde; hoe u eigenlijk uw tijd, geld en moeite in een nutteloze bezigheidstherapie steekt aangezien uw microdaad noch landelijk, noch globaal een pico mierendrol aan verschil zal maken. Daarbij hebt u hoogst waarschijnlijk niet de juiste competenties om te slagen en bent u dus gedoemd hopeloos te falen met als gevolg dat u depressief en uitgeput terug zal moeten vervallen in uw oude gewoonten. Waarom dan die overtollige cirkelbeweging maken? 

Meestal vindt deze belezing plaats in lagere school bewoording voortreffelijk geïllustreerd met een lichaamstaal die zelfs een blinde vertaalt in ‘’Ha, loser!’’. 

Voordat u goed en wel uw doel en plan hebt uitgezet, wordt u na een luttel zinnetje onderbroken en volgt een preek die niet moet onderdoen voor degenen waarmee men vroeger bekeerlingen overtuigde van het feit dat de Herder weldegelijk ook hun redder was. 

U buigt het hoofd en betuigt spijt aan wie denkt uw meerdere te zijn voor uw torenhoge hubris. Met de mond vol tanden kijkt u met puppieogen opnieuw uw prachtige plannetjes door. Niet dat u schuimbekkende massa’s verwachtte als u actie ondernomen had, maar deze aftandse kritiek; nein, danke schön. 

Ik smeek u; laat al deze knarsentandende jaloezie geen haartje verschil maken in uw stralend bezieling! Die ‘’goede raad van Tante Kaat’’ is niets minder dan je reinste afgunst omdat men zich pijnlijk bewust is van het eigen onvermogen en falen van moed om zelf de Barmhartige Samaritaan te (willen) spelen.

Indien u echt waardevolle beraadslagingen wenst, wend u dan tot uw dierbaarste ‘’circle of trust’’; die paar familieleden en dat paar zielsvrienden die u met uw leven zou toevertrouwen. Zij zullen uw heldere straatlamp zijn op de weg naar uw opzet, de vingers om uw ogen wijd open te sperren op zoek naar hindernissen en nooit tegendraads gewicht spelen bovenop uw lasten. 

Maar hoe rekent u dan toch af met die hordes aan lastigaards? 

Hiertoe introduceer ik met trots: de liniaal van de juistheid. Vanaf vandaag gratis verkrijgbaar bij het kant-en-klare pakket mondigheid met retorisch fundament. Ik zal dit vrij abstracte bedenksel even in een strakkere denkvorm gieten met een exempla gratia. 

Sinds een maand of zeven behoor ik tot de soort der koppige, niet half-half (‘’ik eet nog wel kip!’’) vegetariërs. Deze morele keuze staat niet op mijn voorhoofd getatoeëerd en ik haat moraalridders die hun zelfverklaarde zaligheid van de daken schreeuwen en eenieder veroordelen die niet tot hetzelfde heilige huisje bidt. Nochtans vragen begrijpelijkerwijze heel wat personen waarom ik een ‘’veggie’’ wezen ben geworden. Ik moet bekennen dat ik mijn voorgemaalde uitleg zelf al protserig vind klinken; plus het feit dat mijn beslissing op staande voet penibel in bewoordingen te gieten is. 

Hoewel een majoriteit met (voorzichtige) lof of bewondering reageert, slaat ook hier een onzeker deel af op de weg van de tomeloze afkeuring. Of ze hun bezwaar nu uiten omdat ze vrezen dat ik op hen neerkijk en dan maar besluiten om mijn berispende blik voor te zijn met een eigen blik van veroordeling, of ze decideren dat ik te ver ben afgedwaald op het pad van de ketterij van onze gehaktballencultuur, dat blijft mij weleens in het gewisse. 

Desalniettemin, de commentaar ijlt altijd hetzelfde: vleeseten is natuurlijk en noodzakelijk (als trouwe volger van mijn blog weet u dat ik dit argument dadelijk neerkogel), planten leven toch ook, men gaat niet stoppen met dieren dood te maken, vlees is lekker en vleesvervangers (een geheeld foute naam naar mijn mening) zijn vies, het vlees ligt al in de winkel dus dan kan je het best kopen, legkippen worden ook geslacht, ik ben toch geen konijn (moordneigingen!) enzovoort … De molen draait rond en rond en uiteindelijk blijft er geen spaander heel van mijn ‘’meat = murder’’ parabel. 

Je zou terstond vermoeden dat mijn vals gestudeerde, carnivore medemens heel wat beter ingelicht is over de niet-vleesetende hippies dan de geitenwollensokkenmens zelf. 

‘’For the record’’: ik vind het geweldig als mijn mede-eters mij met nieuwsgierige vragen bestoken of een onderbouwde opmerking aanzwieren en mij daadwerkelijk de kans geven om te responderen. Het is het mij de grond in drilboren, terwijl hun IQ lager is dan dat van het edele varken, waar ik gebalde vuisten van krijg. 

Het primaire defensiewapen is het onverbolgen negeren. Wanneer men in de toon van de vraagsteller geen spoortje oprechtheid ruikt, laat men de woordenwisselingzoeker best professioneel links liggen. Ikzelf spaar mijn energieopslag gaarne voor heugelijker en dringendere zaken. 

Indien men geen kans op ontsnappen gunt en tot weerklank dwingt, is er de optie om de questionnaire terug te kaatsen. ‘’Wat denk JIJ dat mijn motivaties zijn?’’ Aangezien de potentiële aanklager uw reactie al voorgevormd heeft, kan je hem maar beter zijn gang laten gaan en braaf knikken. 

Het tweede toevluchtsoord is een  tornado van een wervelwindstorm aan terugkaatsing indien u in het kleinste hoekje gedreven wordt. Hoogst amusant: men zal u nooit meer tot een woordenduel uitdagen! Laat uw verwrongen, onderhuidse woede als een einde-der-tijdentsunami over uw opponent spoelen! Spui uw opgekropte wrok en spuug hem recht in het gezicht, bonkende vuisten ahoi! Het wil niet zeggen omdat hij zo onzeker of onmachtig is om een sprenkeltje deugd op tafel te gooien dat u uw gevoel van goedheid niet mag volgen! Omdat u een pietluttig, onschuldig ideaaltje nastreeft zonder iemand kwaad te berokkenen, geeft dit hem niet het recht om u te willen ontmaskeren als een schijnbare megahypocriet! Niet daar u verder zit op de liniaal van de juistheid, geeft hem de permissie om u ervan te beschuldigen dat u niet reeds het eindpunt hebt bereikt! Want als hij, de grote sceptische criticaster, zijn goddelijk oordeel voor een seconde op zichzelf zou richten, zou hij zwijgend ontdekken dat hijzelf nog niet eens resideert aan het begin van deze metende en wetende meetlat! 

Paradoxaal genoeg worden collectief slechts twee posities op de lat aanvaard. Laat mij dit illustreren voor gezondheid: of u resideert aan het nulpunt en rookt dat de kettingroker in het niets vervalt, zuipt als een zwijn en roept ‘’over mijn lijk’’ naar elk gezondheidsadvies. Of, u plakt aan het eindpunt en kweekt uw eigen groenten in een serre, raakt de zware metalengevulde krantdrukinkt niet aan en bidt tot Asklepios. 

De middenmoot ergens daartussen moet niet hopen op aanvaarding omdat een middenweg willen vinden getuigd van een zogezegde compromistische houding, maar ook van durf om verder naar een hoger ‘’niveau’’ op te willen schuiven en durf wordt als uitdagend beschouwd. 

De tweede tegenstrijdigheid is dat de ‘’ gezondheid, m’n kloten’’- positie soms een hogere mate van appreciatie opwekt dan de ‘’biologisch ondergoed rocks!’’-rang. Logischerwijze eigenlijk, want dan hebben uw medeburgers de kans zich aan u te spiegelen en daar een positief cijfer voor de ontvangen. Verder bent u natuurlijk de belichaming van de oermens; u ontkent uw instincten niet, u ‘’geniet ten volle’’ van uw leven: ‘’apres nous le déluge!’’ 

Bijkomend is men vanzelfsprekend geen doorwinterde fan van uw ogenschijnlijk belerend gezwets over fruit en wordt uw medebroeder zich pijnlijk bewust van de eigenste positie op de ladder vanwaar men zich inferieur naar beneden geschopt voelt door uw energiemeter. 

In conclusie wil ik u er hartelijk aan herinneren dat de valkuil van de moraalridder groot is en een genomen risico bij welke doorgevoerde overtuiging dan ook. Maak uw deugden nooit irritant en hooghartig, want dan transformeren ze vlug in huichelachtigheid. Zo u streng bent met uzelf, wees dan niet strikt met uw kameraden. Vice versa, behoed u evenzeer: gelijk u de mantel van ethiek heb laten vallen, veins niet dat u hem terug draagt wanneer uw naaste hem driftig tracht aan te passen. 


''We have, in fact, two kinds of morality side by side:

one which we preach but do not practice, and another which we practice but seldom preach. ''

- Bertrand Russell 


14:32 Gepost door Virginia in Filosofie, Gedachtenspinsels | Permalink | Commentaren (3) | Tags: lineaal, moraal, juistheid |  Facebook |

17-03-11

Een miezerig picobello klein feitje

 

 

klein meisje.jpg

 

 

Het is 60 minuten na het uur waarop in het geruisloze donker de datumteller zich een cijfertje verder zet in de bevalling van une nouvelle journée, un itinéraire éternel, maar de Atheense uitgaanders met hun vlees strak verpakt leven onder de zware deken van alle beloften die een donkere nacht in zich verzwaart. Voor hen kondigt het felle ochtendgloren zich des middags aan met het gepaste gevoel van een uitgerokken pasticfolie als hoofdhuid. Ho, uren zijn uren en er mag gefeest worden. 

Met ogen vol vakantie, verheven boven het Jetairgevoel, staar ik over een gelig belicht plein vol hippe pipo's op een comfi designstoel voor zover het terras van mijn uitkijkpost tot die gedeelde ruimte behoort. Naast mij een reisgezel in ruitjeshemd, we leunen tegen de muur van snoeiharde clubgeluiden in de flashy bar achter ons, ik in nauwe rol stof die het weinige dat men aan de verbeelding overlaat, bedekt. Het is hier duidelijk niet om gezelligheid te doen: wijn voor zes metalen eurostukken per te vol gevuld glas waaraan ik voor de schijn sip, cocktails voor meer portefeuillegewicht en meer hersencellen, graafheid met je johnny gezellen als gratis supplement. Ik voel het ego over het Griekse voetpad druppen en aan mijn tenen zijn weg naar boven kriebelen tot het tintelt in de vingers die mijn wijnglas omsluiten en je mijn ogen vonkjes van volheid over mezelf ziet sprankelen. Daar draait dit circus om. Dit is onze dronken, bezonken nacht. 

Plots, als een engeltje dat opdoemt uit het niets, verschijnt ze. Ze is daar en ik kan niet om haar heen. Een engel verhult in het gelaat van een zwartharig meisje. Ze heeft grote donkere ogen en in haar blik aanschouw ik plots mijn kleine, krullebol zelf gespiegeld. Het arme meisje met de zwavelstokjes. Ze verkoopt rozen. De heersende extravagantie trekt ook de kruipenden aan om de kruimels op te likken die tijdens onze smulpartij van de feesttafel vallen. Ze heeft nog een enkele bloedrode bloem in haar tere handje en mompelt me smekend toe in de universele taal van zieligheid. Ik word kopje onder gesleurd in een zuigende draaikolk van onverdund medelijden. Een hap naar adem. De tactiek waarom men kleuters met priemende kijkers inzet als verkopertjes van allerhande prullaria raakt haar doel in de exacte roos van mijn geweten.
U zal er uzelf geen botox voor moeten fronzen, u kan mijn schuldbekentenis eigenhandig aanvullen, ik koop die rosa voor twee luttele eurootjes en een gratis zucht van verluchting. Ik ben naïef geboren, maar dat is snel ontworteld; ik weet dat het geld niet voor haar schoolgaan is, maar het prinsesje kan eindelijk in haar roze bedje kruipen. Met een lichte krul in mijn glinsterende lippen zie ik haar -op een manier dat enkel kinderen dat kunnen- naar een groepje volwassenen (ouders?) even verderop toelopen. Mijn geweten sist geblust nog zinderend na; mijn goede daad voor vannacht. 
In een tweede plots en tot mijn schuifelende verbazing is mijn zesjarige evenbeeld na een paar keer draaien van de wijzers terug met een drie- of viertal ontdoornde snijbloemen in haar polletjes. Ik verontschuldig me. Bullshit! Ik heb genoeg geld in mijn dikke, roze geldbuidel om haar van een hele serre gekweekte planten te bevrijden. Uit een geconditioneerde respons doe ik een deliquente poging tot afwijzing, als daar al een humane en vriendelijke versie van bestaat. Hier heb ik geleerd de geldgrens te trekken; ik heb je prul gekocht, hoepel nu maar op en schraap mijn holle, pasverworven ego niet af met je confronterende realiteit. Ik voel mijn bonkende hart verzwaren terwijl mijn meisje blijft staren, smeken en mummelen. Mijn compagnon dringt erop aan dat ik haar moet negeren. Ten einde raad en met hangende ogen richt mijn blik zich een paar seconden op de wazige verte. 
Dan schiet een kramp in mijn hartspier en splijt, stokt mijn teug ingeademde Griekse lucht. Met mijn ischemisch binneste overspoelt een woelende surfersgolf van bittere zelfwalging me. Ik ben uitgerust met een paar praktische oogkleppen, maar ze reiken niet tot aan het puntje van mijn neus, geen 180 graden in de ronde. Ik wil geen steenkoud onmens zijn en goddank kan ik het niet. Machteloosheid doordringt mijn slappe spieren als ik met even grote puppyogen haar zachte gezichtje wederom opzoek. 
In mijn gedachten spreek ik haar in moederlijk Grieks toe, neem ik haar op mijn schoot en trakteer haar op een kinderfruitsapje uit een drinkkarton dat ze met een rietje kan leegslurpen. Daarna draag ik haar naar de taxistandplaats en bij aankomst aan ons hotel zijn haar oogjes reeds vredig dichtgevallen. Ik wil haar slaperig haar pyjama met treintjesmotief aantrekken en naast me naar dromenland zingen. De volgende stralende ochtend op Mykonos beloof ik haar plechtig dat ze zich nooit meer vernederend in het vijandige Gazi moet wagen om geld op te halen in een verdoken vorm van bedelen. Van mij krijgt ze het zoete paradijs dat elk klein meisje verdient. 
De realisatie dat dit -mede door mijn eigen lafhartigheid- nooit zal gebeuren, frappeert mij daar in die discodansnacht. Mijn prille ontmoeting wordt bruusk verstoord door een ober werkzaam bij onze zelfverklaarde fashionista stek. Zijn gesticulatie behoeft geen ondertitels; een hond jaag je overal hetzelfde weg. Orders van de uitbater: afgezette klanten beschermen tegen schooiers. Ik zou maar eens opstappen naar die oplichters van hiernaast!
Het feetje lost op in de roerige Atheense nacht en mijn muur van gedachten stapelt zich verder op.
Hoe kan het dat iedere hipster hier voor negen euro's een cocktail drinkt terwijl er zich voor hun ogen gevaarlijke, nachtelijke kinderarbeid afspeelt?
Hoe is het mogelijk dat ik geld in deze ontspanning pomp alsof de munten aan de bomen groeien hoewel ik niets voor haar ga (kan?) doen?
Ben ik terug getijdmachiend naar Charles Dickens of is dit werkelijk 2010, het nieuwste glimmende millennium?
''Ja, maar die ouders buiten hun zelfgeproduceerde kroost schaamteloos uit...'
''Ja, maar in Griekenland leven veel arme Roma...''
''Ja, maar de Griekse regering is failliet en zinkt steeds verder in schulden aan de EU...''
''Ja, maar onze tijdsgeest is compleet overhoop gehaald...''
''Ja, maar dat kapitalisme in Wall Street serveert enkel de bovenste opperlaag...''
Plant de schuld op wie u wenst; het kan me niet schelen naar wie u de focus verlegt om een zondebok te kruisigen. Waarschijnlijk zijn we allemaal medeplichtig in zowel ons doen als in ons laten, evenals door de geschiedenis die we meedragen in onze genen en die deze vreemde wereld kneedde tot de gekte die we vandaag aanschouwen. Die evenredige verdeling van schande en schaamte heft alle boete op. Makkelijk is dat.
Het feit. Het feit waar ik mijn weldoorvoede vinger op wil drukken tot hij splijt , is dat er een prachtig, fragiel meisje van hooguit zes zonnige lentes met bolle, koolzwarte ogen en warrig, kort nachtzwart haar het ''zinnebeeld van liefde'' dient te verhandelen aan liefdeloze schapen. (De kruimels mogen rotten zolang ze maar niet voor hen zijn.)
Dat, ladies and gentleman, is de onomstotelijke feitelijkheid die ik, zoals zovelen een stille idealist, u wil meegeven, waarvoor mijn laatste sprankel onverteerde menselijkheid een traantje plengt en ik mijn gebalde vuist op het eikenhouten tafelblad sla. 
Inwendig met de lippen loodrecht op elkaar.

''It is easier to fight for one's principles than to live up to them.''  
~Alfred Adler

22:30 Gepost door Virginia in Actualiteit, Gedachtenspinsels | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

06-02-11

We all end up with half faces. A look upon history and the mankind it has driven.

 

P1040430.jpgP1040431.jpgP1040432.jpg

 

 

 

I am standing in a Greek museum on Samos or another one of 3000 islands in the Aegean. The museums here all look alike anyway; with a big sign that says that the EU gave the Greek a nice cheque to decorate their ancient treasures with wheelchair lifts and marble floors. The sign is in front of every insignificant museum you enter, whether the town is touristy or not, as if it’s sort of a repayment, the acknowledgment that it’s not their treasure. I must say I don’t mind; Greek antique is holy, it couldn’t be preserved too good. So again: I ‘m standing there and I look at another of the tens of hundreds of thousands of forgotten statues that I saw passing in front of my eyes those three weeks on Greek soil. Still, this one doesn’t pass in a glimpse or in a hasty photo; it fascinates me like unknown discoveries in quick visits of another museum sometimes do. I’m looking at the face of what clearly had to depict a woman, but time has made it a ruin, leaving only half the face. At once, sometimes this happens to me, a sentence pops up in my head, one I luckily will not forget: ‘’History all leaves us with half faces.’’ It might not sound right in English, it’s translated from Dutch, but there’s no other way that says it right. I let the sentence roll through my head in a brainwave a second time and I love the way it tastes. There are sentences that just make sense, inexplicably. Though they may not make real sense and yet in that little sniff of non-sense, they reveal something, which captures a whole lot of understanding, a bundle of wisdom, ‘’rightness’’.  You can’t explain it; you can only feel it, feel it! Counts for all of life’s best tricks.

 

I will rethink this phrase over and over (I can’t get enough of the syllables when I create linguistic pottery that’s actually good) and it stays fresh and clear. I think it is a great title to an academic publication by some professor who tries to hide his serious work behind a title that might get everybody to start the first page and to perhaps read even further. But I’m not an historian and I might have a look upon our condition humaine that swings between the Buddha and Jesus version about that there are so many good people that keep the world on turning, there’s hope and everybody just needs love and Rorschach’s vision from Watchmen on the other hand of the doomed and evil billions of ants killing and torturing; that powerless, sick feeling. It depends by the daily fait divers, the people you meet in a flash and the mood. Even if my cynic thoughts are proven wrong every single day by the wonderful, simple beauties I witness, on the other side there are also always proven by a message from outside my bubble or –scarcely- inside of my pretty little world; the image of failing, dreadful species.

The body full of cancers resuscitating itself vigorously with every new sunrise vs. the pure and wide ocean with a few poison drops that do not affect its peaceful stream at all.  

It has been said for a long time that humans made history and although some people surely had their impact it looked more like a blind man throwing paint at a canvas than Vermeer depicting a pearl. We all throw our drop on the paintbrush, willingly or not, on the big drool of past souls and still it always surprises me that in this total confusion of merely things, those random machines actually function. The law of entropy tells us that chaos is much easier as a result than order (because it has a far greater change of existence) and however, my dear, it works. There is network for fixing my bike, teaching me physiology, feeding me, making sure I have toothpaste… It’s remarkable that in all this chaos, this wild stream of an unguided river that rages to an unknown next point, in all this mess, there are quiet organised places, oases of rest and peace. Without all the paranoia, the heartache, the anger, the false hopes and the weakness or with just a sparkle of all that.

Back to my stone cold, carved, half-faced woman. Preserved, yet destroyed, forgotten, yet here for new discovery. A ghost of a past which we will never know, no matter how many of its stones we recapture from the sand with the gentle movement of an archaeologist’s brush. She tries to tell me something, but although I have studied her alphabet, have laid the same words in my mouth as she must once have, we cannot communicate for too much milliseconds divide us, too many gulfs have raised up from the shallow water since she last said the words I hear myself saying. Nevertheless, we do not hear the same words, because we do not have the same ears.

She whispers to me, in a self-created wind of whisper, that you can stumble to live on in history, to mean more than the couple extra genes you mixed, to mean something to someone somewhere sometime, but that your splash of paint is always just half a face. 


 

22:11 Gepost door Virginia in Essay, Filosofie, Gedachtenspinsels | Permalink | Commentaren (1) | Tags: history, greece, ancient |  Facebook |

11-12-10

Aanval III: finaal

 

reality-check.jpg

Ik zou hier nog een keertje een vergeten of geaccepteerde banaliteit in ieders ogen kunnen wrijven, wij zijn immers omgeven door banaliteiten. Aangezien alles eigenlijk banaal is (en ook weer helemaal niet) heft dit elkaars banale banaliteit mooi op; ja, de wereld heeft dat slim bekeken. Dus dacht ik een keertje het hogere aan te vallen, kwestie van de ambitie wat water te geven. Na de kleuterige vinger van de kanker- en natuurwijzers in een would-be-polemiek the hebben geprobeerd te verkleinen, roept een slag in het gezicht van een onbewogen standvastigheid: hallo, realiteit. 

 

Als schaap in de kudde -en we doen zoals de doorsneeschapen doen- heb ik gelijk ieder de film 'Inception' gezien; een goede blockbuster, maakt dat eens mee... Aangezien deze prent hapklaar, niet te taai, maar met een beet (amateur)filosofenvoer is, moest ik er natuurlijk een ijlbui aan wijden. Ik ga niet pretenderen de symboolgeleerde of dromenpsycholoog te zijn, maar wat u hieronder leest is van een meer zweverige aard.

Dit meest emotionele en ergens ook meest objectieve gevoelsstuk vloeide uit mijn lateavondpen toen ik om een uur na middernacht na een fietstocht van de Kinepolis naar mijn kot (door de Overpoortstraat, niet onbelangrijk) kwam. Ik had op dat moment een gevoel wat ik eerder heb gehad, nooit zo intens, nooit zo lang. In de sinusfuncite van afwisselende gevoelens (apathische moeheid, felle opgewektheid, dromerige dromerigheid) is deze sens een vreemde uitzondering. 

Vraag mij niet waarom mijn brein hier overschakelt in het Engels, soms is dat de gemakkelijkste code om gedachten door de deur naar woorden te duwen. Als ik dit intense gevoel al naar papier wil vertalen om er een uitweg voor te vinden, dan ben ik gedwongen te roeien door de stroom met de riemen die de pen mij geeft. 

Voor filmfans: u zult zeker Inception in deze tekst herkennen. Toch verzeker ik u dat deze ''state of being'', deze staat van compleet bewustzijn losstaat van haar input, maar er natuurlijk wel door beïnvloed wordt. Ik herken deze tinteling direct en ik kan u zeggen dat de Overpoort voor mij een surrealistisch decor was op die koude weekavond. Ik moet de verwarde gezichtsuitdrukking van Leonardo Dicaprio hebben gehad en ogen die kijken alsof ze behoren aan een versgelande alien. 

 

''I'm aware of everything.

I'm disconnected, I've had this before, but not this intense. And yet it feels like I wake up, everything is so sharp. I will have to go back to sleep, to non-doubt. 

What if this world is not the real one?

Well, what would it matter?

Most people exist perfectly in this perfectly shaped universe and if doubt feeds on you, eats you, then remember; is there a way out? Do you wanna get out? Just to get rid of this demon, this idea?

Many have said to know the way out through many forms of exits which all proof to cause more harm and sadness in the illusion they are trying to escape. Is it justified to cause harm in the fake reality in order to get to the real one?

The problem with taking the risk, the leap, falling is; you're never sure.''

 

Did you ever wonder if the person in the puddle is real,

and you're just a reflection of him? 

- Calvin and Hobbes


My answer: Well, you still don't know who's who or what.

14-11-10

Aanval II: Er kanker aan hebben.

Economist_cartoon.jpg

Wat maakt Tefalpannen, voedingssupplementen, een glaasje wijn, de pil, luchtverfrissers en deodorant allen tot massamoordenaars? U raadde het juist; allen zijn (omstreden) naar verwezen als carcinogeen. Buiten de paradepaardjes als genetische aanleg, roken, overgewicht en andere gezondheidsclichés doet de lijst van kankerverwekkers een gooi naar het oneindige: zelfs tot in het absurde toe met factoren zoals een grote lengte of kinderloosheid die voor demonen van de duivel worden aangezien. Dancing with death, u doet het alle dagen. 

''Een glaasje wijn per dag verhoogt kans op kanker.'' vs. ''Wijn bevat anti-oxidanten, dus lage inname is goed tegen kanker.'' Als normale peer die een beetje om zijn algehele welzijn geeft, ben je nada met dit nutteloze, elkaar tegensprekende, ''wetenschappelijke'' geroep. Hoeveel procent verhoogt wijn dan die beruchte ''chance''? Moeten we 1% of dubbel zo bang worden om morgen een groep ontoombaar delende cellen in ons te hebben? Wat verstaan die gezondheidsgoeroes onder een ''lage inname''; een glas per week, twee glazen per dag? Van welke soorten duiveltjes ben ik verlost of welke zal ik net zeker op mijn pad ontmoeten als ik vino drink? Geldt dit bewijs voor ratten of voor humane wezens tussen de 18 en 55?

Wat is het nut van deze willekeurige draaimolen indien niemand hier enige baat bij heeft? Indien u uit de ijzeren klauw van deze 21ste eeuwse pest wilt geraken, is het hoog tijd dat u het comfortabel maakt in uw zuurstoftank met uw moestuin van zelfgezaaide groenten, zaden en fruit, uw zonneschild hoog optrekt, uw kleren en plastic huisgerei op de afvalhoop dumpt en uw cellen kennis laat maken met uw schoon setje DNA zonder al die vieze mutaties. Hopelijk bent u dan nog net op tijd om het resultaat van jarenlang in aanraking te komen met zware metalen van de krantdrukinkt, de straling van uw gsm en de plastieken deeltjes van uw waterfles ongedaan te maken opdat u de tumordood een loer kan draaien. 

Wie denkt dat dit een tikkeltje te radicaal is en zich beperkt tot regelmatig onderzoek, maar niet in tranen uitbarst om fijn stof, moet ook hier een oogje in het zeil houden. In de jungle der kankerbestrijding drukt men telkens hevig op het nut van mammografie voor vrouwen ouder dan 50. Ook hier sluipt Magere Hein sluw naar binnen, want het staat als een (nogal genegeerde) paal boven het roerige onderzoekswater dat voor elke 40 borstabcessen die je ontdekt, er eentje net geïnduceerd wordt door het stralingsonderzoek.

Kanker is dus een beetje zoals de liefde: all around. Het gevaar van deze sluipende, destructieve ziekte bleek een uiterst gemakkelijke term om mee in het rond te strooien. Ik geloof dat Nokia niet zo happig bleek wanneer men in de richting van haar producten wees en misschien stiekem haar best doet om de resultaten te laten wankelen of er een sprankje twijfel in te mengen. Anderzijds moet de directeur van Tefal hard met zijn vuist op zijn anti-aanbaakbureau hebben geklopt op de dag dat er bewijzen (lees: geruchten) opdoken dat de fluorverbindingen van zijn kostwinner kankerverwekkend zouden zijn en een aantal angstige huismoeders hun trouwe klantenkaart pardoes opzegden.

De zes basismanieren zodat u ten minste niet van de mogelijke terreur van een kwaadaardige woeker zou wakker liggen zijn niét: heten dranken, blauwe M&M's, de krant, uw parfum, de groentetuin en de fles wijn vaarwel zeggen, maar wel niet roken, genoeg beweging, geen excessen in de alcoholinname, gezonde voeding, een gewichtig gewicht en geen bruin leder als vel. Ja, mijn beste, zo ongelofelijk saai, algemeen en onafgebakend zijn de primaire verdedigingsmechanismen tegen de man met de zeis. 

 Voordat ik, ondanks mijn eerlijke pogingen, net zoals 60 procent van mijn generatiegenoten voor de eerste keer al kotsend onder de chemomachine wordt geschoven of ik al rokend, zuipend en kuchend op mijn tachtigste verjaardag nog miljarden braaf delende cellen bevat, ga ik mij niet tot in de kanker bepiekeren om kanker en lekker verder slurpen aan mijn dodelijke tasje koffie. 


''Cancer is a word, not a sentence.''

- John Diamond

 

12:34 Gepost door Virginia in Actualiteit | Permalink | Commentaren (1) | Tags: kanker |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende