17-03-11

Een miezerig picobello klein feitje

 

 

klein meisje.jpg

 

 

Het is 60 minuten na het uur waarop in het geruisloze donker de datumteller zich een cijfertje verder zet in de bevalling van une nouvelle journée, un itinéraire éternel, maar de Atheense uitgaanders met hun vlees strak verpakt leven onder de zware deken van alle beloften die een donkere nacht in zich verzwaart. Voor hen kondigt het felle ochtendgloren zich des middags aan met het gepaste gevoel van een uitgerokken pasticfolie als hoofdhuid. Ho, uren zijn uren en er mag gefeest worden. 

Met ogen vol vakantie, verheven boven het Jetairgevoel, staar ik over een gelig belicht plein vol hippe pipo's op een comfi designstoel voor zover het terras van mijn uitkijkpost tot die gedeelde ruimte behoort. Naast mij een reisgezel in ruitjeshemd, we leunen tegen de muur van snoeiharde clubgeluiden in de flashy bar achter ons, ik in nauwe rol stof die het weinige dat men aan de verbeelding overlaat, bedekt. Het is hier duidelijk niet om gezelligheid te doen: wijn voor zes metalen eurostukken per te vol gevuld glas waaraan ik voor de schijn sip, cocktails voor meer portefeuillegewicht en meer hersencellen, graafheid met je johnny gezellen als gratis supplement. Ik voel het ego over het Griekse voetpad druppen en aan mijn tenen zijn weg naar boven kriebelen tot het tintelt in de vingers die mijn wijnglas omsluiten en je mijn ogen vonkjes van volheid over mezelf ziet sprankelen. Daar draait dit circus om. Dit is onze dronken, bezonken nacht. 

Plots, als een engeltje dat opdoemt uit het niets, verschijnt ze. Ze is daar en ik kan niet om haar heen. Een engel verhult in het gelaat van een zwartharig meisje. Ze heeft grote donkere ogen en in haar blik aanschouw ik plots mijn kleine, krullebol zelf gespiegeld. Het arme meisje met de zwavelstokjes. Ze verkoopt rozen. De heersende extravagantie trekt ook de kruipenden aan om de kruimels op te likken die tijdens onze smulpartij van de feesttafel vallen. Ze heeft nog een enkele bloedrode bloem in haar tere handje en mompelt me smekend toe in de universele taal van zieligheid. Ik word kopje onder gesleurd in een zuigende draaikolk van onverdund medelijden. Een hap naar adem. De tactiek waarom men kleuters met priemende kijkers inzet als verkopertjes van allerhande prullaria raakt haar doel in de exacte roos van mijn geweten.
U zal er uzelf geen botox voor moeten fronzen, u kan mijn schuldbekentenis eigenhandig aanvullen, ik koop die rosa voor twee luttele eurootjes en een gratis zucht van verluchting. Ik ben naïef geboren, maar dat is snel ontworteld; ik weet dat het geld niet voor haar schoolgaan is, maar het prinsesje kan eindelijk in haar roze bedje kruipen. Met een lichte krul in mijn glinsterende lippen zie ik haar -op een manier dat enkel kinderen dat kunnen- naar een groepje volwassenen (ouders?) even verderop toelopen. Mijn geweten sist geblust nog zinderend na; mijn goede daad voor vannacht. 
In een tweede plots en tot mijn schuifelende verbazing is mijn zesjarige evenbeeld na een paar keer draaien van de wijzers terug met een drie- of viertal ontdoornde snijbloemen in haar polletjes. Ik verontschuldig me. Bullshit! Ik heb genoeg geld in mijn dikke, roze geldbuidel om haar van een hele serre gekweekte planten te bevrijden. Uit een geconditioneerde respons doe ik een deliquente poging tot afwijzing, als daar al een humane en vriendelijke versie van bestaat. Hier heb ik geleerd de geldgrens te trekken; ik heb je prul gekocht, hoepel nu maar op en schraap mijn holle, pasverworven ego niet af met je confronterende realiteit. Ik voel mijn bonkende hart verzwaren terwijl mijn meisje blijft staren, smeken en mummelen. Mijn compagnon dringt erop aan dat ik haar moet negeren. Ten einde raad en met hangende ogen richt mijn blik zich een paar seconden op de wazige verte. 
Dan schiet een kramp in mijn hartspier en splijt, stokt mijn teug ingeademde Griekse lucht. Met mijn ischemisch binneste overspoelt een woelende surfersgolf van bittere zelfwalging me. Ik ben uitgerust met een paar praktische oogkleppen, maar ze reiken niet tot aan het puntje van mijn neus, geen 180 graden in de ronde. Ik wil geen steenkoud onmens zijn en goddank kan ik het niet. Machteloosheid doordringt mijn slappe spieren als ik met even grote puppyogen haar zachte gezichtje wederom opzoek. 
In mijn gedachten spreek ik haar in moederlijk Grieks toe, neem ik haar op mijn schoot en trakteer haar op een kinderfruitsapje uit een drinkkarton dat ze met een rietje kan leegslurpen. Daarna draag ik haar naar de taxistandplaats en bij aankomst aan ons hotel zijn haar oogjes reeds vredig dichtgevallen. Ik wil haar slaperig haar pyjama met treintjesmotief aantrekken en naast me naar dromenland zingen. De volgende stralende ochtend op Mykonos beloof ik haar plechtig dat ze zich nooit meer vernederend in het vijandige Gazi moet wagen om geld op te halen in een verdoken vorm van bedelen. Van mij krijgt ze het zoete paradijs dat elk klein meisje verdient. 
De realisatie dat dit -mede door mijn eigen lafhartigheid- nooit zal gebeuren, frappeert mij daar in die discodansnacht. Mijn prille ontmoeting wordt bruusk verstoord door een ober werkzaam bij onze zelfverklaarde fashionista stek. Zijn gesticulatie behoeft geen ondertitels; een hond jaag je overal hetzelfde weg. Orders van de uitbater: afgezette klanten beschermen tegen schooiers. Ik zou maar eens opstappen naar die oplichters van hiernaast!
Het feetje lost op in de roerige Atheense nacht en mijn muur van gedachten stapelt zich verder op.
Hoe kan het dat iedere hipster hier voor negen euro's een cocktail drinkt terwijl er zich voor hun ogen gevaarlijke, nachtelijke kinderarbeid afspeelt?
Hoe is het mogelijk dat ik geld in deze ontspanning pomp alsof de munten aan de bomen groeien hoewel ik niets voor haar ga (kan?) doen?
Ben ik terug getijdmachiend naar Charles Dickens of is dit werkelijk 2010, het nieuwste glimmende millennium?
''Ja, maar die ouders buiten hun zelfgeproduceerde kroost schaamteloos uit...'
''Ja, maar in Griekenland leven veel arme Roma...''
''Ja, maar de Griekse regering is failliet en zinkt steeds verder in schulden aan de EU...''
''Ja, maar onze tijdsgeest is compleet overhoop gehaald...''
''Ja, maar dat kapitalisme in Wall Street serveert enkel de bovenste opperlaag...''
Plant de schuld op wie u wenst; het kan me niet schelen naar wie u de focus verlegt om een zondebok te kruisigen. Waarschijnlijk zijn we allemaal medeplichtig in zowel ons doen als in ons laten, evenals door de geschiedenis die we meedragen in onze genen en die deze vreemde wereld kneedde tot de gekte die we vandaag aanschouwen. Die evenredige verdeling van schande en schaamte heft alle boete op. Makkelijk is dat.
Het feit. Het feit waar ik mijn weldoorvoede vinger op wil drukken tot hij splijt , is dat er een prachtig, fragiel meisje van hooguit zes zonnige lentes met bolle, koolzwarte ogen en warrig, kort nachtzwart haar het ''zinnebeeld van liefde'' dient te verhandelen aan liefdeloze schapen. (De kruimels mogen rotten zolang ze maar niet voor hen zijn.)
Dat, ladies and gentleman, is de onomstotelijke feitelijkheid die ik, zoals zovelen een stille idealist, u wil meegeven, waarvoor mijn laatste sprankel onverteerde menselijkheid een traantje plengt en ik mijn gebalde vuist op het eikenhouten tafelblad sla. 
Inwendig met de lippen loodrecht op elkaar.

''It is easier to fight for one's principles than to live up to them.''  
~Alfred Adler

22:30 Gepost door Virginia in Actualiteit, Gedachtenspinsels | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

11-12-10

Aanval III: finaal

 

reality-check.jpg

Ik zou hier nog een keertje een vergeten of geaccepteerde banaliteit in ieders ogen kunnen wrijven, wij zijn immers omgeven door banaliteiten. Aangezien alles eigenlijk banaal is (en ook weer helemaal niet) heft dit elkaars banale banaliteit mooi op; ja, de wereld heeft dat slim bekeken. Dus dacht ik een keertje het hogere aan te vallen, kwestie van de ambitie wat water te geven. Na de kleuterige vinger van de kanker- en natuurwijzers in een would-be-polemiek the hebben geprobeerd te verkleinen, roept een slag in het gezicht van een onbewogen standvastigheid: hallo, realiteit. 

 

Als schaap in de kudde -en we doen zoals de doorsneeschapen doen- heb ik gelijk ieder de film 'Inception' gezien; een goede blockbuster, maakt dat eens mee... Aangezien deze prent hapklaar, niet te taai, maar met een beet (amateur)filosofenvoer is, moest ik er natuurlijk een ijlbui aan wijden. Ik ga niet pretenderen de symboolgeleerde of dromenpsycholoog te zijn, maar wat u hieronder leest is van een meer zweverige aard.

Dit meest emotionele en ergens ook meest objectieve gevoelsstuk vloeide uit mijn lateavondpen toen ik om een uur na middernacht na een fietstocht van de Kinepolis naar mijn kot (door de Overpoortstraat, niet onbelangrijk) kwam. Ik had op dat moment een gevoel wat ik eerder heb gehad, nooit zo intens, nooit zo lang. In de sinusfuncite van afwisselende gevoelens (apathische moeheid, felle opgewektheid, dromerige dromerigheid) is deze sens een vreemde uitzondering. 

Vraag mij niet waarom mijn brein hier overschakelt in het Engels, soms is dat de gemakkelijkste code om gedachten door de deur naar woorden te duwen. Als ik dit intense gevoel al naar papier wil vertalen om er een uitweg voor te vinden, dan ben ik gedwongen te roeien door de stroom met de riemen die de pen mij geeft. 

Voor filmfans: u zult zeker Inception in deze tekst herkennen. Toch verzeker ik u dat deze ''state of being'', deze staat van compleet bewustzijn losstaat van haar input, maar er natuurlijk wel door beïnvloed wordt. Ik herken deze tinteling direct en ik kan u zeggen dat de Overpoort voor mij een surrealistisch decor was op die koude weekavond. Ik moet de verwarde gezichtsuitdrukking van Leonardo Dicaprio hebben gehad en ogen die kijken alsof ze behoren aan een versgelande alien. 

 

''I'm aware of everything.

I'm disconnected, I've had this before, but not this intense. And yet it feels like I wake up, everything is so sharp. I will have to go back to sleep, to non-doubt. 

What if this world is not the real one?

Well, what would it matter?

Most people exist perfectly in this perfectly shaped universe and if doubt feeds on you, eats you, then remember; is there a way out? Do you wanna get out? Just to get rid of this demon, this idea?

Many have said to know the way out through many forms of exits which all proof to cause more harm and sadness in the illusion they are trying to escape. Is it justified to cause harm in the fake reality in order to get to the real one?

The problem with taking the risk, the leap, falling is; you're never sure.''

 

Did you ever wonder if the person in the puddle is real,

and you're just a reflection of him? 

- Calvin and Hobbes


My answer: Well, you still don't know who's who or what.

14-11-10

Aanval II: Er kanker aan hebben.

Economist_cartoon.jpg

Wat maakt Tefalpannen, voedingssupplementen, een glaasje wijn, de pil, luchtverfrissers en deodorant allen tot massamoordenaars? U raadde het juist; allen zijn (omstreden) naar verwezen als carcinogeen. Buiten de paradepaardjes als genetische aanleg, roken, overgewicht en andere gezondheidsclichés doet de lijst van kankerverwekkers een gooi naar het oneindige: zelfs tot in het absurde toe met factoren zoals een grote lengte of kinderloosheid die voor demonen van de duivel worden aangezien. Dancing with death, u doet het alle dagen. 

''Een glaasje wijn per dag verhoogt kans op kanker.'' vs. ''Wijn bevat anti-oxidanten, dus lage inname is goed tegen kanker.'' Als normale peer die een beetje om zijn algehele welzijn geeft, ben je nada met dit nutteloze, elkaar tegensprekende, ''wetenschappelijke'' geroep. Hoeveel procent verhoogt wijn dan die beruchte ''chance''? Moeten we 1% of dubbel zo bang worden om morgen een groep ontoombaar delende cellen in ons te hebben? Wat verstaan die gezondheidsgoeroes onder een ''lage inname''; een glas per week, twee glazen per dag? Van welke soorten duiveltjes ben ik verlost of welke zal ik net zeker op mijn pad ontmoeten als ik vino drink? Geldt dit bewijs voor ratten of voor humane wezens tussen de 18 en 55?

Wat is het nut van deze willekeurige draaimolen indien niemand hier enige baat bij heeft? Indien u uit de ijzeren klauw van deze 21ste eeuwse pest wilt geraken, is het hoog tijd dat u het comfortabel maakt in uw zuurstoftank met uw moestuin van zelfgezaaide groenten, zaden en fruit, uw zonneschild hoog optrekt, uw kleren en plastic huisgerei op de afvalhoop dumpt en uw cellen kennis laat maken met uw schoon setje DNA zonder al die vieze mutaties. Hopelijk bent u dan nog net op tijd om het resultaat van jarenlang in aanraking te komen met zware metalen van de krantdrukinkt, de straling van uw gsm en de plastieken deeltjes van uw waterfles ongedaan te maken opdat u de tumordood een loer kan draaien. 

Wie denkt dat dit een tikkeltje te radicaal is en zich beperkt tot regelmatig onderzoek, maar niet in tranen uitbarst om fijn stof, moet ook hier een oogje in het zeil houden. In de jungle der kankerbestrijding drukt men telkens hevig op het nut van mammografie voor vrouwen ouder dan 50. Ook hier sluipt Magere Hein sluw naar binnen, want het staat als een (nogal genegeerde) paal boven het roerige onderzoekswater dat voor elke 40 borstabcessen die je ontdekt, er eentje net geïnduceerd wordt door het stralingsonderzoek.

Kanker is dus een beetje zoals de liefde: all around. Het gevaar van deze sluipende, destructieve ziekte bleek een uiterst gemakkelijke term om mee in het rond te strooien. Ik geloof dat Nokia niet zo happig bleek wanneer men in de richting van haar producten wees en misschien stiekem haar best doet om de resultaten te laten wankelen of er een sprankje twijfel in te mengen. Anderzijds moet de directeur van Tefal hard met zijn vuist op zijn anti-aanbaakbureau hebben geklopt op de dag dat er bewijzen (lees: geruchten) opdoken dat de fluorverbindingen van zijn kostwinner kankerverwekkend zouden zijn en een aantal angstige huismoeders hun trouwe klantenkaart pardoes opzegden.

De zes basismanieren zodat u ten minste niet van de mogelijke terreur van een kwaadaardige woeker zou wakker liggen zijn niét: heten dranken, blauwe M&M's, de krant, uw parfum, de groentetuin en de fles wijn vaarwel zeggen, maar wel niet roken, genoeg beweging, geen excessen in de alcoholinname, gezonde voeding, een gewichtig gewicht en geen bruin leder als vel. Ja, mijn beste, zo ongelofelijk saai, algemeen en onafgebakend zijn de primaire verdedigingsmechanismen tegen de man met de zeis. 

 Voordat ik, ondanks mijn eerlijke pogingen, net zoals 60 procent van mijn generatiegenoten voor de eerste keer al kotsend onder de chemomachine wordt geschoven of ik al rokend, zuipend en kuchend op mijn tachtigste verjaardag nog miljarden braaf delende cellen bevat, ga ik mij niet tot in de kanker bepiekeren om kanker en lekker verder slurpen aan mijn dodelijke tasje koffie. 


''Cancer is a word, not a sentence.''

- John Diamond

 

12:34 Gepost door Virginia in Actualiteit | Permalink | Commentaren (1) | Tags: kanker |  Facebook |

22-10-10

Aanval I: Natuurlijk, ja, natuurlijk

 

natural_phone.jpg

Ik zal met de deur in huis vallen: dit wordt een directe, non-discrete aanval. Alle regeltjes en beleefdheid aan de kant, want ik word ziek. Ik word ziek van het argument ''dat is (niet) natuurlijk'' en dan heb ik het niet over de brave biowinkels die hun artikelen zo aanprijzen. Ik bevind me in een staat van gemixte lethargie, woede en kreunende onmacht telkens een domoor op de proppen komt met de klassieker ''maar dat is natuurlijk'' of ''dat is tegen de natuur in''. Krijsende ambetantheid krijg ik van dit ontegensprekelijke drogargument. Je kunt het truttig, wijzende vingertje al je richting uit zien zwaaien. 

Tegen dit hoogst irriterende omgekeerde kippenvel hoort een premier tegengewicht, een terugschot, een moment van volledige uitleving. Dus spui uw gal in... nu! 
''Gay marriage isn't natural! Marriage is a bond exclusively between a man and a woman.'' Om even op te warmen met het meest paradigmatische voorbeeld uit conservatief, Bible belt Amerika; de toverformule wordt tijdens elk debat op een bepaald moment uit de kast getrokken, het is enkel een kwestie van afwachten. Wat mij een nog hogere graad van mateloze ''grrr...'' bezorgd, is dat niemand ooit moeite neemt om dit poepsimpele kleutergestommel te ontkrachten. De hele progressieve partij kijkt een beetje verschrikt op alsof Demosthenes zelve net een eloquente redevoering heeft beëindigd. Het ergst van al zijn de geleerden die terugbijten met ''ja, maar bij pinguins, apen en een of andere diersoort komt ook homosexualiteit voor om de banden te versterken!'' Zielig! Stamp die bazelende ezels dan toch onder de tafel! 

Schot nr. 1: Als -om nu maar iets te noemen- homosexualiteit te compareren valt met de natuur, welk deel van het oh zo wonderlijke milieu moeten wij dan als referentie gebruiken; de wetten der mieren, de zwetende palingen, de zinkende ijsberen of de waaiende eikenbomen? Zwarte weduwen vermoorden hun paarpartner, is het dan ook aan ons om passiemoord te legaliseren? Onze slingerende vriend met 99,7% gelijk dna in zijn chromosomen wordt in experimentuitkomsten zonder wetenschappelijke schaamte op de mens geprojecteerd. Wie zegt dat als apen of ratten een gedrag vertonen dat dit ook voor een chipsherkauwende, computerstarende homo sapiens soort een reële karaktertrek in het onze geest zonder grond is? 'Nature' kenmerkt zichzelf door zo'n immense diversiteit (nog een stokpaardje, van biologen deze keer) dat het zwieren met algemene termen is om een menselijke drijfveer te projecteren op zoiets als DE natuur, wat in feite niet bestaat evenals DE muziek of HET heelal lege uitdrukkingen zijn.  

Schot nr. 2: Nu ja, het ligt voor de hand om te stellen dat als we alles in de vuilnisbak behoren te kieperen wat niet de sticker ''puur natuur'' draagt dat we dan onze civilisatie morgen kunnen opdoeken. Bekijk het eens radicaal: hoe ''natuurlijk'' is religie, huwelijk (de mens als beest is niet geboren als trouw dier), eten in plastic, oorlog, pixels op een plaatje, zappen tussen praatprogramma's, aluminium fietsen, stalen auto's, de knippende kapper, whitening tandpasta, plastische neuzen,...?? Tijd dus om de kleren af te leggen, de laatste motilium te slikken en rond het kampvuur te vergaderen in grommende keelklanken over wie morgen met de gekapte speer een hert zal villen. Of misschien moeten we dit alles nu we toch op pad zijn ook schrappen, want wie zag apen ooit rond een vuur zitten en op voedsel jagen met zelfgemaakte werktuigen? Trek de evolutie zonder meer even de andere kant op tot net voor die Australopithecus waarmee alle onheil van het onnatuurlijk zijn begon. 

Schot nr. 3: Aanleunend bij de tweede vuurpijl concludeert men dus netjes dat het net naar ironische gewoonte de ''natuur'' is van onze mislukte soort (voor zover we een eenzijdig bouwplan bezitten) om dwars tegen die in de weg zittende beestjes en plantjes in te drijven. De geschiedenis kent typische rode draadjes ten midden van herhaalde fouten en domme inzichten en eentje daarvan is de ontembare drang om dat opgelegde ''natuurlijke'' lot te verslaan, met wisselend succes niettegenstaande. De slogan waarmee de Bioshop hun gezonde artikelen aanprijst, daar kan ik nog mee leven. In een tijdperk waarin we soms net een tikkeltje te veel zijn doorgeslagen op de weegschaal van natuur vs. kunstmatig vind ik het aanvaardbaar dat er stemmen opkomen om qua voedsel, geneesmiddeltjes en levensstijl ''terug naar de natuur'' af te zakken. Op zich is het mogelijk alles als natuurlijk te beschouwen (ook olie, medicijnen en drugs) daar alles een mix is van pure of gesynthetiseerde ''natuurlijke'' stoffen. Dat doorgedreven standpunt toegedekt gelaten, is er vanzelfsprekend een duidelijk verschil tussen wat ''van nature'' beter in/bij ons lichaampje past. Soms is het uiterst handig om ''de natuur'' te verslaan; niemand wil graag ''natuurlijke'' pneumoniebacteriën in zijn cellen laten floreren. Andere keren geven ''het natuurlijke verloop'' net gelijk; niemands metabolisme draait op uitsluitend diepvriespizza's.

De onschuldige natuuraanprijzingen in alternatieve supermarkten tolereer ik gaarne, maar kom alstublieft niet aanrijden met dat pseudo-intellectuele, smart-ass spreekwoord van ''dat is niet natuurlijk en daarom is het niet goed'', want je krijgt een woorden'toek' op je 'bakkes' waar je lang niet goed van zult zijn. Conservatiefjes overal zullen toch eerst eens hun ''natuurlijke'' roots mogen aanvaarden van Darwin vooraleer ze hun mond durven te openen om te dicteren wat ''natuurlijk'' is en dan nog eens te beweren dat we aan ons aan deze wetten moeten houden.

 Voila. Dat lucht op. 


''God loved the birds and invented trees. 

Man loved the birds and invented cages.'' 


- Jacques Deval 


 

23:09 Gepost door Virginia in Actualiteit | Permalink | Commentaren (3) | Tags: natuurlijk, natuur, filosofie, drogargument |  Facebook |

04-06-10

Smokers outside the hospital doors

Roker_176274x

 

Zo net voor de allesbeslissende, slopende examenreeks kan ik mij er niet toe brengen om te leren. Dus houdt ik me 'nutteloos' bezig en schrijf een blogbericht om daarna me tot een practicum over pastis te wenden. Ik heb diepliggende vragen genoeg om te antwoorden en ''het Zelf'', mijn keuzes omtrent studie en leven en hun raakvlakken met postmodernisme komen zeker aan bod in de vakantie, maar ik kan het nu niet opbrengen om mij over zoiets als ''wat is het Zelf?'' te buigen met een semi-wetend gerimpeld voorhoofd.
Het resultaat is dus (wederom) een persoonlijke beschouwing, doch hopelijk filosofisch genoeg, op de vreemde prikkels die mijn hersenen tot een alledaagse 360 graden aanblik lijmen. Dit surrealistische plaatje, ik ben er niet uit en zal dat nooit zijn. Excuses aan wie ruwe, primaire filosofie wenst, ik beloof me na dit stuk niet meer aan gedachtengangen te bezoldigen voordat ik mijn hersenen gekraakt heb over een ''echt'' wijsgerig vraagstuk. In de tussentijd zal ik u amuseren met mijn essay over de media en een redevoering over 'het keurslijf van de keuze'.
Eerst waag ik mij wederom aan de alledaagsheid in haar periodieke vreemdheid. Ik verdedig mij met de stelling dat Socrates zijn vragen op de markt stelden aan verwarde burgers, ik reflecteer ze in mezelf in het shoppingcenter.
Dit beruchte winkelparadijs heeft als locatie het verstedelijkende Kapellen en op een opwarmende woensdagmiddag waag ik me op de veel te gladde vloer en onder het dak van het -weldra weer airco- complex om mijn uitpuilende kleerkast een beetje corpulenter bij te spekken. Mijn moeder en ik wringen ons met een vollopende blaas in een smal gangetje in de eerste hoek van de tunnel die omzoomt is met ketens.
Onopvallend huist in dit betegelde, nauwe, roodkleurige zijtunneltje van de molgang een andere dimensie. Afgesloten van de temperatuuropdrijvende zon buiten, bevindt er aan het einde van deze afgesneden, koele hol een tafeltje met daarop de roddelboekjes en erachter een vrouw die er ouder uitziet dan ze werkelijk is. Ze zit met een droevig gezicht op een goedkope, nephouten stoel achter dat kommetje met muntjes. De gelijkenis met een bedelaar ontgaat mij niet. Alles klopt in dit iconische plaatje; de radio speelt zacht een liedje met de boodschap 'I want to break out' en in haar schort met een zeem in de hand, kijkt de geblondeerde, gerimpelde oma op naar haar klanten.
Wanneer iemand zijn behoefte heeft gedaan en het witte hokje uitkomt, is ze er met de vaart van een gier die een kadaver ruikt. Alsof ze de betalende bende wil tonen dat er weldegelijk voor de dure prijs van 30 eurocent gewerkt wordt, verlaat ze haar bureau en voert een apathisch ritueel uit.
Ik bespeur een sluimerend, o zo diep gevoel van mededogen met deze gepensioneerde vrouw, die hier dag in dag uit onze billenbrillen mag schoonkuisen. Het is een deprimerende slaafse bijverdienste; het onderdanig zemen van stinkende toiletpotten. Ik neem me altijd voor om een praatje met deze gewillige dagallemaallezers aan te knopen. Het blijft altijd bij een 'alstublieft' en 'daag' met een weifelende glimlach, als dat er af kan. En ik maar klagen over een practicum over pastis.
- Ik bedenk me nog vaak over een toevallige ontmoeting maanden geleden in het Centraal Station. Ik en mijn vriendin besluiten van ons laatste puberale jaar te genieten en eten op een vrijdagavond cafeavond in het Centraal een portie afhaalkebab. Mijn medetiener bestelt kebab en ik waag me aan de falafel. We maken vrolijk een praatje met een bijzonder geanimeerde verkoper over koetjes en kalfjes en twijfelen over de te kiezen saus (Hmmm? Andalouse, ketchup of cocktail?) Tijdens de korte bereiding van onze take-awaymaaltijd duikt er naast ons een oude man op met een baard in een grijze, sjofele jas. Zet hem op de grond met een gitaar en het plaatje van Meirzwerver met colabekertje is compleet, om het even cru te stellen.
In gebrekkig Nederlands vraagt hij met het nodige enthousiasme of er nog werk is op de afhaalstand. Ik spits mijn oren terwijl hij van wal steekt met het verhaal dat hij vroeger in Bulgarije kok was op een (marine?)-schip en elke dag een andere maaltijd wist te bereiden. Hij vraagt aan ons of zijn Nederlands goed te verstaan is en met een verwarde uitdrukking op haar gezicht antwoordt mijn compagnon positief en ik volg haar met een gelaat dat er niet anders moet hebben uitgezien, hoewel ik mijn best deed mijn minste ''hey-een-echte-vreemdeling''-gezicht op te zetten.
De werknemer die ons bediend, reageert zoals te voorzien met een grijns die weinig hoop verraadt en geeft hem een formulier om in te vullen. We zijn ondertussen in het bezit van ons snackdiner en wensen de Bulgaar veel succes op zijn zoektocht.
Ik krijg zijn gezicht nooit meer uit mijn hoofd... Wie is die mysterieuze man? Wat is zijn verhaal; hoe kwam hij in Vlaanderen terecht vanuit dat verre, exotisch klinkende Bulgarije. Waar slaapt hij? Wat hoopt hij en droomt hij nog? Het pijnigt mij om deze ''arme'' man te vinden en uit te pluizen wat hem drijft. Ik fantaseer over een marinevloot op de Zwarte Zee zo'n 20 jaar geleden met een kok aan boord die zijn bemanning culinair voedend sterk voedsel voorschotelt. En ik maar dromen van Bulgarije.
- Terug naar die pietluttige vrije woensdagnamiddag. Ik ben opgescheept met de taak koekjes te bakken en sleur mezelf op automatische piloot de dorpsdelhaize binnen. Door de blinkende wandelgangen voortslenterend, galmt 'Freak Out' van de soulgroep 'Chic' door de supermarkt. de geluidsgolven botsen smalend met de boerendufheid. Verder verwijderd van Philadelphia uit de jaren '70 met haar vibe, is dat mogelijk? Ik beweeg met voort naar de kassa langs de rijen van fluttijdschriften en glamoureuze glossy's. 'Linda' van Linda de Mol (met een vleugje zelfverheerlijking) dicteert ons een onbereikbare korsetlevenswijzen waarbij zowel je aura, je bloemenperk en je seksleven van het hoogste (roddel)niveau zijn. Status, check! En ik maar shoppen.

Eindnoot: recentelijk ontdekte ik het oeuvre van 'The editors' mede dankzij een lid van mijn vriendenclub. In hun lied 'Smokers outside the hospital doors' proclameert de zanger 'the saddest thing I've ever seen are smokers outside the hospital doors'. Het shockeerde mij hoe irreël dit inderdaad is. Voor een ongezellig kil instituut waar dood en geboorte langs elkaar schampen aan een verslaving toegeven net omdat een van deze twee nadert. In de druilregen onder de luifel van een medisch genezingsoord jezelf aan een dodelijke hobby bezoldigen omdat je de stress niet meer houdt. Een vreemde vorm van ontspanning, de mensen die met gespannen blik nerveus buiten de automatische ziekenhuisschuifdeuren hun sigaret opsteken.
De Duitse ontvoerde bankiersvrouw werd vermoord teruggevonden, buiten in de straat zingen jonge mensen 'olee, olee' en Joran Van der Sloot komt niet los uit het milieu van vage casino's en meisjesmoorden.
'Baby, it's a wild world' zingt mijn moeder over enkele maanden als ik mijn kot betrek. Ik neurie 'it's a strange world and wild is too soft a word'.


''When we remember that we are all mad,
the mysteries disappear and life stands explained.''

- Mark Twain, Notebook 1935

22:48 Gepost door Virginia in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |