23-09-09

Dagelijkse beslommeringen in een hoofd op 51°22′N, 4°28′E.

aarde



















Eén van mijn stoutste, minst realistische wensen is om een dag bij iemand anders in zijn of haar hoofd te parasiteren en in de eindeloze gedachtenstroom te duiken en beneden de dunne, maar troebele facade te kijken die ons allemaal bedekt. Handig op sociaal gebied (kan iemand zich een wereld zonder geheimen of leugens indenken?), maar uiterst frustrerend als je aan de andere kant staat en zo dolgraag zou willen zien, al is het maar voor één dag, wat er zich echt afspeelt.
Nu ga ik jullie niet de kans geven om al mijn neergepende gedachten op 24u te lezen, dat is onmogelijk en onverantwoord. Soms ''schrijf'' ik niettemin interessante spinsels in de lucht, die meestal weer oplossen. Verspreid over een paar snel vergeten etmalen vroeg ik me spontaan een aantal dingen af en het bleef bij afvragen en bepeinzen, maar de bedenksels haalden het van hun soortgenoten en kregen geen snelle dood, wel een tijdelijk lichaam in papier op een bloknote.
Het gaat over drie zijriviertjes van de kolkende stroom in mijn hoofd (voor de liefhebbers; het nummer ''Kaleidoscope'' van Ornette Coleman is op diverse momenten toepasselijk met mijn free jazz-brein).

Rivier 1: Uit een mengeling van verveling en als een weinig gegrond excuus om het leren nutteloos genoeg vijf minuten uit te stellen of gewoon zonder reden op een woensdagmiddag (ik weet zelf al niet meer wat me motiveerde, maar daar draait het niet om), blader ik door een semi-financieel tijdschrift waarvan mijn vader tot de abonnees behoord. Hier en daar bekijk ik wat foto's van Toscane in de reisrubriek, een interessant gadget zo nu en dan en plots wordt m'n aandacht getrokken door een opvallende foto van een man met een steen of geweer in zijn hand (de details worden het eerst wazig) met een t-hirt van Versace aan. Het onderschrift informeert dat het om een Palestijnse opstandeling gaat. Deze journalist heeft goed opgelet in de les aandacht trekken. De titel bericht iets over een boek dat handelt over conflicten, ik blader door naar de volgende pagina terwijl ik het artikel scan, met toch weinig zin om het helemaal letter voor letter te lezen. Op de volgende pagina wordt mijn oog naar een foto gesnokt.
Eerst zie ik 2 of 3 dode kinderen; de uitdrukking op hun witte gezichten, het kleine gaatje in hun lichaam en hun houding geven daar vanaf de eerste milliseconde uitsluitsel over. Dit is niet wat ik had verwacht. Dit zie ik -als niet-nieuwskijkster- bijna nooit. Vreemd genoeg ben ik gedwongen hier te bekennen dat het me fascineert. Het is een 2D-getuige van een voor mij onbekende en bekende wereld. Zijn bestaan is mij niet vreemd, hoewel het een ver, nooit-reëel bestaan is, geen realiteit, althans niet voor mij. Het is een serie onvoltooide flarden van bloederige weggezapte beelden die alleen bestaan in mijn hoofd, niet in mijn universum. En toch. Gedrukt op glinsterend papier staat de stille getuige van een realiteit die niet reëeler kan zijn.
''3 kleuters, volgens Palestijnse dokters gedood door Israeliërs.''
Droog beschrijvend, niet zeker, wat is er nog zeker in een wereld waar drie kleine jongens van hooguit zes zomers door soldaten worden gedood in een aanslepend -zoals wij het zo mooi noemen- ''conflict''? Dit is geen conflict, dit is waanzin. Hun ogen staan verbaasd open; zijn ze al spelend tussen de gevechten geraakt? Eén van hen is recht in het voorhoofd geraakt, dat lijkt niet op een verdwaald schot. Heeft een Israëlische soldaat wraak genomen om zijn jongetje? Of draait het in waanzin niet meer om wie je bent, maar wat je bent? Je kan hier saga's over filmen en epen rond fantaseren en schrijven, waarschijnlijk raak je de waarheid aan; de hele wereld zou moeten stoppen, stilstaan, huiveren en roepen. De wereld loopt door -schaamteloos door zoals Youp Van't Hek het in een column beschreef-. Ik ga morgen weer wiskundige formules blokken en shoppen in Antwerpen en me zorgen maken over snoepcalorieën en m'n haar krullen en ''Boer zoekt vrouw'' kijken en bloggen en klagen over het grijze weer en een practicum maken over enthalpieën. Mijn universum gaat zonder de minste schok door, maar niet zo ver van hier staan er werelden stil. Ouders en families die hun kindje mogen begraven. Niet alleen hier, overal, behalve in de straal van mijn cirkel. Hebben we een keuze buiten schaamteloos voortpeddelen op de miniemheden der dagen? Dit is dagelijkse ''realiteit'', dit is zelfs geen nieuws meer. ''Je kan je er niet druk om maken, want dat helpt toch niet'', roepen ze, ''dan wordt je gek!'' Waanzinnig, ja. Als we er met z'n allen ons om zouden drukmaken, zou er iets veranderen. Idealistisch, ideologisch, pijnlijk waar.
Ik zal dit beeld nog vele malen wazig gecensureerd en tegelijkertijd drukkend hard voor me zien. Alle dodenstatistieken zitten erin. Het schreeuwt in de stilte. Ik wil het bewaren, koesteren, zodat die jongetjes toch nog bewerkstelligd hebben dat er één ziel minder voor de oorlog kiest. Hopelijk kunnen ze me inspireren om goed te doen. Ach, waarom zoeken we altijd een doel achter een dood?


Rivier 2: Ik zit in de wachtzaal in het kleine appartement van mijn kinesiste te wachten zoals je doet in wachtzalen, die stiekem een tragere tijdsdimensie lijken te hebben, vooral bij oude dokters. Mijn blik valt op een grijze muur van een aangrenzend appartementgebouw, met een raam erin met beeldjes op de vensterbank. Een wereld achter een raam. Er valt zonlicht op de muur. Voor drie kleine jongetjes, ver weg, komt de zon nooit meer op.
Er hangen geboortekaartjes aan een wasdraad. Nieuwsgierig kijk ik naar welke namen de nieuw gearriveerden kregen. Alyssa, mooie naam. Een origineel geboortjebericht in de stijl van een kalenderblaadje trekt mijn aandacht, Nanou luidt de naam. Geboren op 13 augustus (of was het september?), nog maar pas in deze prachtige wereld, ongekende mogelijkheid strekt zich uit. Snel zal alles vastgelegd worden, maar nu is er even de borst en de wieg. De wereld blijft nog een aantal jaar slechts speeltuin. Hij heeft geluk, goddelijk geluk, die kleine Nanou en het diepste geluk is het onbewuste geluk. Zal ik hem ooit tegenkomen? Wordt hij om goed of om slecht beroemd? Of blijft hij daarentegen in de grijze zwerm, tevreden met zijn simpele, pure leven? Ik mag binnenkomen.

Rivier 3:
Van bewusteloze slaap naar mijn kamer is een vreemde kronkelweg. Het is half zeven 's morgens. De wekkerradio is aangesprongen, van ver zeggen de opgewekte, vertrouwde stemmen het nieuws op. Ik besef dat half en val op mijn rug terug in bed. Het laatste nieuwsfeit krijg ik actief met halfgesloten ogen mee; ' ''... Bij een brand in een appartement kon de brandweer niet tijdig blussen omdat er een probleem was met de leidingen. Toen ze geblust hadden, vonden ze op een slaapkamer het lichaampje van een jongen van vier.'' ''Verschrikkelijk, het zou je eigen kind maar zijn.'' ''Er is een file op de A10 naar Kortrijk...'' ' Ik schrok en dacht na over een moeizame, schone, pure morgen met een lege bank ergens in een Vlaamse kleuterschool. Vier en de verstikkingsdood en een defecte leiding. Dat is vijftien seconden naamloos nieuws waard en een aantal kapotte levens. Een dag die zijn morgen enkel vindt in talloze andere ogen. Een dag zonder morgen voor slechts enkelen; hier en daar. Enkel rakend in mijn breinstroom.
Het is vreemd hoe drie toevallige gedachten verenigd zich automatisch linken. Nu: ik heb net kabeljauwhaasje gegeten met patatjes en sperziebonen en straks ga ik tv kijken. We zitten aan tafel en praten over de gevlogen dag. We lachen. We zullen als blijen het nieuws niet halen. Onbewust geluk is het gelukkigste geluk.


''Be the change you wish to see in the world.''

-Gandhi (nu mijn onvervulde motto)

19:52 Gepost door Virginia | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |