05-11-09

De tiende muze

DSC05557DSC05555














Ik wil me verontschuldigen voor het nalaten van een reeks nieuwe artikels in oktober. Ik heb nog geprobeerd voor het einde van de maand een gedachte online te krijgen, maar de tijd droop door mijn vingers. De bespreking van het fenomeen ''nu'' hieronder is een eerste goedmaking en straks wil ik jullie een stukje van mijn eigen creaties schenken (waar dit blog in de eerste plaats voor dient), eerst volgt een inspiratiebron. Het gedicht waar mijn rode nagels naar wijzen is een onsterfelijk gedicht van Sappho, de koningin van de lyriek op het Griekse eiland Lesbos in de zesde eeuw v.c. Vorig jaar hebben we in de les Grieks een aantal van haar bewaard gebleven fragmenten vertaald en ik was met stomheid geslagen; de symptomen van verliefdheid zijn in 2400 jaar ongewijzigd gebleven! Van de wereld van Sappho is niets meer over, als ze zou terugkomen zou ze gek worden, maar als ik haar lees, voel ik wat zij voelde toen ze onder de maan in alle eenzaamheid 's nachts wakker lag of toen de liefde haar hart ontwortelde. Ze staat nog steeds op de Boekenbeurs waar ik maandag haar gedichten kocht. Als dat geen bewijs is van de oeverloze macht van de pen en het woord...

Een ander fragment, alleen bestaande uit het helderziend zinnetje ''Later zal men ons gedenken...'', spreekt wetend of onwetend boekdelen. Bedoelde Sappho met later misschien de vierde eeuw voor Christus? Kan je je als mens 2600 jaar, zo'n gigantische tijdsspanne inbeelden als zelfs de ''Zoon van God'' wiens naam onze tijdsrekening draagt, nog 600 jaar op zich laat wachten? Ik hoop nu dat na mijn dood iemand ooit, al is het slechts 1 keer, een gedicht van me leest. Het zou alleen bijster megalomaan zijn om te denken dat een toekomstmens in 4609 (!?) mijn pennevloeisels aanschaft. En toch, ja maar... Sappho deed het voor... Grote denkers doen dromen.
Hetgeen bijgevolg tot de verbeelding spreekt, naast de dichteres zelve, zijn de ancien klinkende namen van haar meisjes; Atthis, Gongyla, Kleis,... Onze kennis over lang geleden jonge meisjes, die al duizenden jaren stof zijn, is beperkter dan de weinige feiten over de vrouw die hen -zonder het te weten- eeuwigheid schonk. Als Sappho er al ooit van droomde om herinnerd te worden, dan was het nooit in hun jeugdige verstand opgekomen om daar zelfs maar van te dromen. Het enige wat er van deze wevende meisjes op Lesbos leeft, staat luchtig gedrukt op papier of overgepend; 2 millenia en 6 eeuwen lang. Niet het papier, maar de emotie, het genie geven de woorden een hardheid waar zelfs de tand des tijds met moeite aan krast. Het gezegde stelt dat je pas sterft wanneer je vergeten bent. Ik las vorig jaar een receptiegedicht over Atthis en de regel die ik zo kan opzeggen, is geladen met magie; ''Dat ene fragment dat jou helemaal bepaald.''
Wanneer Sappho neerpent; ''Je bent me vergeten of bemin je een ander?'' wordt de oneindig lijkende tijdspanne samengeplet en voor een milliseconde staren we naar een troebele oppervlakte en horen we haar Eros, de Liefde en haar verliefdheid vervloeken. We voelen nu nog, altijd nog, ongewijzigd dezelfde profane emotie. Het smeedt een draad tussen ons en de dode Muze (zoals Plato haar terecht noemde). In 2009 mogen er oorlogen uitbreken, hongersnoden woeden, crisissen met bakken uit de lucht vallen, als we verliefd zijn, doet het er niet toe, we draaien ons er niet voor om; het is het enige wat telt, zo was het in -wat we bestempelen als- de Oudheid gewoon hetzelfde.
Een samenwerking van Eros en Logos noem ik met recht een band die niet moet buigen voor Tijd. De allermooiste naam voor Sappho's gedichten is vanzelfsprekend:'' Je dochters die niet sterven.''


Fr. 26
... voor jou wil ik...
... het leed...
... ik voor mij weet dat diep vanbinnen.

...

Wie wil, kan voor een paar euro deze eeuwigheid kopen en nachtenlang fantaseren over de gedachten na de drie puntjes.

20:32 Gepost door Virginia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.