16-04-10

Jeu de la mort: inleiding ''Het Milgram experiment''

milgram1

















Je ziet ze slikken, twijfelen, de innerlijke wroeging spat van hen af. Toch, toch gaan ze door, want ze zijn reeds zover, het is maar een onschuldig spel. Sommigen verontschuldigen wanneer het slachtoffer 'auh' roept, anderen lachen de pijn zenuwachtig weg. Het is althans een tv-quiz, bij de Slimste Mens zitten finalisten ook met het denkzweet op hun voorhoofd in de finale. Het is entertainment met een irreële waarde. De echte wereld bevindt zich daarbuiten, buiten de grenzen van de studio.
Dit is ''Jeu de la Mort'' een fictieve tv-quiz, eigenlijk een onderzoek naar het 'beest in de mens' - om het dramatisch uit te drukken - dat in februari Frankrijk op zijn kop zette. Het betreft een hedendaagse twist van het beruchte Milgram experiment. De volgende twee fragmenten werden ons toebedeeld tijdens een studieproject van geschiedenis en vormen een allesomvattende inleiding.
Uit een artikel van Gie van den Berghe:''Na wereldoorlog II stelden een aantal wetenschappers zich de vraag hoe het mogelijk was dat een mens zomaar blindelings een ander kan folteren of doden, zonder zich daarbij verdere vragen te stellen. Stanley Milgram (universiteit van Yale) vroeg zich af hoever je een mens kunt krijgen met gezagsargumenten. Al snel bleek dat hier een systeem, een kader, voor nodig is, dat het individu als het ware van zijn verantwoordelijkheid ontlast. In de naam van een hoger of belangrijker geacht of opgelegd ideaal zet hij zijn persoonlijke normen opzij en mettertijd vervaagt of verdwijnt zijn moreel referentiekader. De daad wordt gescheiden van de verantwoordelijkheid ervan. Deze wordt door het systeem overgenomen.
Daarnaast speelt het rollenpatroon en de groepsdruk een belangrijke rol. In een gesloten systeem kan men zich niet menselijk tonen of men loopt het risico door de soortgenoten te worden achtergelaten. ''
Wat is dat befaamde Milgram experiment nu eigenlijk? Uit: Stanley Milgram - Grenzeloze gehoorzaamheid, Utrecht/Antwerpen, Bruna, 1975. (Obedience to authority).
Wat is er onschuldiger en noodzakelijker dan gehoorzaamheid? (...) Toen in 1963 de resultaten bekend raakten van de gehoorzaamheidsexperimenten van Stanley Milgram (1933-1984) ging er een schok door de wereld. Een beetje kritisch mens wist natuurlijk al langer dat gehoorzaamheid schrikbare gevolgen hebben kan, bijvoorbeeld in oorlogstijd, maar Milgram toonde aan dat velen onder ons op eenvoudig verzoek van een als legitiem erkende autoriteit, bereid zijn medemensen te pijnigen..
Milgrams proefpersonen dachten deel te nemen aan een onderzoek naar het effect van straf op leergedrag. Ze werden door loting ingedeeld in leraars en leerlingen. De armen van de leerling werden aan de leuning van zijn stoel vastgemaakt, aan zijn polsen werden elektrodes bevestigd. Bij elk fout antwoord op eenvoudige leeropdrachten moest de leraar een elektrische schok toedienen, beginnend bij 15 volt, geleidelijk oplopend tot 450 V. Op de schokgenerator werd duidelijk aangegeven hoe pijnlijk of gevaarlijk de schokken waren.
Bij 120 volt klaagde de leerling over pijn, bij 150 eiste hij stopzetting van het experiment, bij 285 liet hij een hartverscheurende kreet horen. De leraar wendde zich telkens vragend tot de proefleider die hem vriendelijk doch beslist verzocht in het belang van het experiment door te gaan. Iedereen diende 315 volt toe, liefst 65% ging door tot het bitter einde (= de dodelijke 450 volt). Niemand had dat verwacht, psychiaters hadden voorspeld dat slechts een kleine pathologische groep tot het uiterste zou gaan.
In werkelijkheid werden geen schokken toegediend. De loting was getrukeerd, de 'leerling' was een medewerker van Milgram, opgeleid om de rol van slachtoffer te spelen. De proefneming werd door verscheidene onderzoekers in andere landen herhaald, telkens met vergelijkbare resultaten. Het experiment sprak zo tot de verbeelding dat het in nogal wat toneelstukken en films werd verwerkt...
Anders dan vaak wordt beweerd, was de gehoorzaamheid verre vanzelfsprekend. De meeste gehoorzame proefpersonen worstelden met een gewetensconflict. Ervan overtuigd dat ze fout handelden, wilden ze ermee stoppen, maar ze konden die overtuiging niet in daden omzetten, slaagden er niet openlijk in met de autoriteit te breken. Dat is het onthutsende: in bepaalde gezagssituaties stellen mensen daden die ze streng afkeuren tot verafschuwen. Aan de verwachtingen van de autoriteit voldoen, dat primeert; de eigen zedelijke normen verhuizen naar een tweede plan. Men ziet zichzelf niet meer als oorzaak van zijn gedrag, acht zich alleen tegenover de autoriteit verantwoordelijk, is werktuig geworden.
Milgram bedacht tal van ingenieuze variaties om na te gaan welke factoren van doorslaggevend belang zijn. Niet het niveau van de berokkende pijn, noch de klachten van de leerling; ook de persoonlijke kenmerken van slachtoffer of proefleider spelen geen rol van betekenis, net zomin als agressieve impulsen (als de leraars zelf het schokniveau mochten bepalen, kozen ze voor het laagste). Van groter belang zijn: nabijheid van het slachtoffer (bij niet hoorbaar protest van het slachtoffer ging bijna iedereen tot het einde door) en directe betrokkenheid bij het pijnigen (70% weigerden als ze de hand van het slachtoffer op de schokplaat moesten drukken). Aangetoond werd dat autoriteit en gezagsstructuur van doorslaggevend belang zijn.
Ook wezenlijk is de rechtvaardigende ideologie, bijvoorbeeld wetenschap of vaderlandsliefde. Een overkoepelende ideologie die het gehoorzame individu in staat stelt zijn foute daden positief te evalueren. Pijnigen of doden voor een goed doel, kwaad om bestwil. Milgram benadrukt de ideologische factor wel, maar onderzocht hem niet systematisch. Hij was dermate onder de indruk van de resultaten van zijn onderzoek, dat hij de rol van gehoorzaamheid overdreef tot een 'oppermachtige drang', grondslag van het meeste kwaad. Milgram (...) verwijst herhaaldelijk naar de jodenvervolging en -uitroeiing door de nazi's (...) en hij trekt even fel van leer tegen de Amerikaanse gruweldaden in Vietnam en onderstreept dat in een democratisch regime grenzeloze gehoorzaamheid nog onheilspellender is dan in een dictatuur. Het gaat hem om de ruimere betekenis: in een hiërarchische gezagsstructuur geïntegreerde mensen doen relatief gemakkelijk afstand van hun unieke persoonlijkheid en 'menselijkheid'.
Zoals soldaten in oorlogstijd, deden Milgrams proefpersonen niet meer dan hun plicht. En dat is geen verzinsel of goedkoop alibi, maar een goede omschrijving van de psychologische toestand van wie zich absoluut aan gezag onderwerpt.''

12:19 Gepost door Virginia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.