16-04-10

Jeu de la mort: mijn visie

icon_Murder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schaamteloos kopiëren behoort niet tot de eervolle bloggerscode. Het vorige, overgetypte artikel dient slechts als inleiding en bijkomend leesvoer voor wie het Milgram experiment een groot vraagteken is. Een beetje extra info kan bij verwarrende morele vraagstukken geen kwaad.

In deze post citeer ik geen letter en wie enig woord in zijn geheugen kan linken aan Milgram, is beter af met het hier aansluiten. ‘’Jeu de la Mort’’ herneemt -zoals vermeld- een oud vraagstuk in een nieuw jasje, dat van een quizshow. De overheersende rol van de media wordt aan de onderzoeksmix toegevoegd. Een soort ''alles-of-niets''-quiz zoekt in de testfase kandidaten om het spel uit te proberen. Mits een kleine vergoeding van vervoerskosten levert dit geen enkel voordeel voor de proefpersoon op. Op een saai kantoortje ontmoeten twee kandidaten elkaar en door loting wordt bepaald wie in de ''box'' terechtkomt en wie aan het paneel. Het spelletje gaat als volgt: degene in de box wordt afgesloten van het zicht en is alleen via een microfoon te horen. Aan het begin van de show worden rijen woorden opgesomd, telkens gelinkt aan een ander woord. De proefpersoon is belast met het onthouden van deze associatie, bijvoorbeeld ''jardin - vert'', ''ciel - nuageux''. Eens de voorleesronde voorbij is, worden een voor een de woorden terug opgesomd, vb. jardin: idylle - vert - beau - grand. Aan de persoon in de box om zijn keuze kenbaar te maken. Bij elke fout haalt de paneelbediener, zijn tegenstander (als hij hendels blijft overhalen, wint hij, als degene in de box heelhuids alle woorden kan associëren, wint deze), een hendel over met een stroomstoot tot gevolg. U kan al raden waar dit heengaat, hoe meer fouten, hoe hoger het voltage tot we in zone 'Xtreme' aan 450V (=dodelijk) belanden.
Natuurlijk is er hier, net als bij Milgram, sprake van opgezet spel; de loting is getrukeerd, de persoon in de box is een acteur, de kreten die hij slaagt zijn op voorhand opgenomen en iedere echte proefpersoon doorloopt hetzelfde traject aan juiste en foute antwoorden. Naarmate het voltage stijgt, begint de vastgebonden kandidaat te klagen over pijn en bij een bepaald voltage vraagt hij om stopzetting na afschuwelijke kreten te uiten. Rond de 305 Volt wordt het stil in de box en volgen er foute antwoorden zonder gil of enig andere smeekbede. Alle kandidaten vechten met hun geweten, maar een meedogenloze presentatrice maant hen aan dat de organisatoren alle verantwoordelijkheid op zich nemen en dat ze rustig door moeten spelen. 80% (wat een getal!) gaat door tot 450V en winnen bijgevolg met schaamte en twijfel op hun gezicht het spel.
Een tweede fascinerende factor is het proefpubliek, dat denkt dat de deelnemers werkelijk voor 1 miljoen euro spelen. Bij verregaande aarzeling van de paneelbediener, vraagt de -medeplichtige- presentatrice de mening van het publiek en je vindt het verbazend of niet, maar het publiek zegt altijd in koor:''Doorgaan! Doorgaan!'' wat een verpletterende groepsdruk geeft.
''Jeu de la Mort'' beweert een documentaire te zijn naar aanleiding van het leedvermaak en geweld in reality tv. Laten we niet vergeten dat het programma zelf eveneens een prachtige marketingtruc is. Mijn visie op het geheel? Fasten your seatbelts, it's going to be a bumpy thoughtstream!
''Je ziet ze slikken, twijfelen, de innerlijke wroeging spat van hen af. Toch, toch gaan ze door, want ze zijn reeds zover, het is immers een onschuldig spel. Sommigen verontschuldigen zich wanneer het slachtoffer 'auh' roept, anderen lachten het zenuwachtig weg. Het is althans een tv-quiz, niet meer en niet minder. Het is entertainment met een irreële waarde. De echte wereld vertoeft daarginds, buiten de studio.
Die wereld (of Frankrijk in dit geval) staat telkens in complete rep en roer wanneer zo'n onderzoek zijn resultaten kenbaar maakt. Alsof we dit niet weten, goede, naïeve burgers die we zijn. We leven allemaal zo verschrikkelijk braaf en hoe braafgeachte medemensen zo'n horror kunnen begaan, daar halen we onze schouders over op. We voelen een naakte vrees via onze onderrug onze hals insidderen wanneer de dagdagelijkse Ronald Jansen een seriemoordenaargezicht blijkt op te houden achter dat masker van buurman. Niet het feit dat constante waakzaamheid geboden is in een wereld waarin we niemand echt kennen (zie: Jean-Claude Romand, de brave huisvader die een compleet vals bestaan leidde) is wat ons doet tieren van moord en brand, maar we roepen in ontsteltenis om iets te verdoezelen wat onuitgesproken meters dieper in ons burgerlijke zieltje ronselt; we heten allemaal met een naam zoals Ronald Jansen of Marc (Dutroux) of Jozef (Stalin). Wij behoren ook tot die resem proefpersonen met als gevolg die staalharde 80 procent ‘’moordenaars’’. Stilletjes hoopt iedereen natuurlijk tot die moedige 20 procent te horen, dat brengt minder lafheid en meer heldendom met zich mee. Nochtans ligt ook hier een feit blindelings voor onze pientere neusjes: niemand weigerde (logischerwijze, maar toch) een stroomstoot voor een quiz te geven; men had zich opgegeven, wil geen angsthaas/lafaard wezen en dat twijfelende handje dat boven de hendel zweeft, is met een strikte aanmoediging van de presentatrice ogenblikkelijk overgehaald.
De hamvraag: En ik? Ik weet niet wat ik zou doen, stiekem wil ik het ook niet beseffen, dat vraagt zelfkennis van een graad die nog niet binnen mijn bereik ligt, eerst zal ik mezelf vele malen op een gloeiend rooster dienen te drukken of de kleine kans plukken van toevallig in een experiment of oorlog te belanden.
De rapportcijfers bevestigen in een uitvergroting de keuzes die we maken; we gaan naar Ikea omdat het de goedkope, middenklas norm is –die klassiek niet in vraag wordt gesteld- en als aan het licht komt dat ze oerwouden omhakken (even een cliché paradigma), heffen wij onze, in onschuldig gedompelde, handen toneelgewijs op. Onze vanzelfsprekende respons luidt dat wij dat niet doen, Ikea betreft schuld, wij consumeren enkel meubels. Nu we er niet langer omheen kunnen wringen met een waarheid die oncomfortabel maakt, duwen we de feiten beleefd opzij en shoppen doordeweeks door, want in se; wat hebben wij ermee te maken? We kunnen onmogelijk hulp bieden aan die misbruikte arbeiders en omgehakte bomen, wij stervelingen tegen een multinational.
Op een dag doet een dierenrechtenorganisatie ons de mededeling dat –wie had dat ooit durven vermoeden?- KFC kippen harteloos martelt en wij zappen verder, want actie vraagt een opstaan van de bank waar we op neer zijn geploft. Zolang we geen dier zelf slachten zullen, klaren zij het vuile werk. Naar de andere kant kijken is simpeler dan het behoord te zijn.
Wijk ik hier af van het thema of draai ik in de bocht als ik zeg dat ook dit de gehoorzaamheid aan de norm der passiviteit, der ‘’doe-gewoon-mee’’ is? Wie oproer kraait, zet zichzelf in een risicozone van gezien te worden, zeker als hij tegen de massa indruist met zijn boodschap. Een ‘low profile’ houden en instromen permitteren ons ongezien en ongestoord ons luxeleventje te leiden. Waarom iets op de helling zetten voor kippen? De drukte van het dagdagelijkse leven en de waterval van dit soort ‘’aandachtvragende fieten’’ doen de doodsteek aan dat prikkelende deel van de eigen waardeschaal.
80 % van de inwoners betaalt keurig haar belastingen, gaat plichtbewust naar –het niet al te favoriete- werk en we onthutsen ons in woord over schandelijkheden, maar zolang er geld gestort wordt op het einde van de maand, doen we niet moeilijk of dwars in daden.
Een medemens rechtstreeks pijn berokkenen is een drastische handeling, maar een macabere keerzijde van een medaille zonder dewelke legers, regeringen, politie, justitie en telbare instellingen niet zouden functioneren en zelfs bestaan. In een maatschappij waar iedereen voortdurend autoriteit in vraag zou stellen, zou een complete anarchie het enige overblijfsel zijn van ons geliefde, democratische systeem betreffen.
Daar het in de quiz een dramatische actie betreft, is er vanzelfsprekend meer directe gezagdruk nodig. ‘’Allez-y’’ (waar wacht je op?) is voldoende om elke kandidaat te laten beseffen dat men verwacht dat hij zijn simpele taak –het switchen van een hendeltje- concreet uitvoert. We zijn behaagdieren, die niets liever doen dan slagen en tonen dat we het in onze mars hebben. Bijgevolg dringen we met gemak zoiets vaags als ontastbare moraal op de achtergrond. Bravo!
Om over het publiek nog maar te zwijgen, óóh, een tergende massa die vreemdsoortige gladiatorenspelen uit een primitief tijdperk gadeslaat en heden ten dage klapt en joelt voor 1 miljoen en moord.
Wat eruit springt, is het breekpunt bij de afvallers, het moment dat een hendel in hun geest wordt overgehaald, definitief zo blijkt, want ze hernemen het spel in geen geval. De aanmaningen maken hen net standvastiger om ertegenin te druisen en de meeste weifelen bij het klappende publiek achter de muur die ze hebben opgetrokken.
Wie de grens van gillende volts heeft getrotseerd, gaat vaak tot het bitterzoete einde door; de moeite die men heeft gedaan is enkel te rechtvaardigen door te continueren.
Exact zo werkt gesystematiseerde moord/zuivering. ‘’Ik reed enkel met de trein. Wat kon ik er tegenin brengen? Stoppen, werkeloos worden? Een ander zou lustig mijn plaats innemen en mijn leven was acuut in gevaar.’’ Het in onze ogen echte verderfelijke werk is een plan en uitvoering van misdadigers, die op het proces als nette mensen in pak uitdraaien. Bijna treinbedienden.
Wanneer we een mens van vlees en bloed verlagen tot proefpersoon/beest, een wandaad tot vaderlandse ideologie/experiment/quiz, dan is een kleine duw genoeg om te laten tuimelen wat we dachten aan goed in ons te hebben. Voor wie het nóg niet doorheeft, tikt de klok en is het hoog tijd; in ieder van ons schuilt een moordenaar; we beheersen ons net voldoende om hem te temmen, te vergeten of teugels te geven. Er is weinig voor nodig om hem gemaskerd aan de oppervlakte te brengen en zijn lusten te laten botvieren. Slechts wie wakker wordt en toegeeft dat hij misschien tot die 80% finalisten behoort, ont-maskerd hem en weet de beul te doden. Deze heeft een stap voor op wie de illusie aan ethiek in zijn ziel ophoudt en kan een ambigu begrip dat met de paplepel is ingegoten –gehoorzaamheid- en waarop onze samenleving als smeerolie zo naarstig draait, in de context van de situatie schuwen en overwegen.


“Those are my principles, and if you don't like them... well, I have others.”
- Groucho Marx

16:04 Gepost door Virginia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Jeu de la mort: inleiding ''Het Milgram experiment''

milgram1

















Je ziet ze slikken, twijfelen, de innerlijke wroeging spat van hen af. Toch, toch gaan ze door, want ze zijn reeds zover, het is maar een onschuldig spel. Sommigen verontschuldigen wanneer het slachtoffer 'auh' roept, anderen lachen de pijn zenuwachtig weg. Het is althans een tv-quiz, bij de Slimste Mens zitten finalisten ook met het denkzweet op hun voorhoofd in de finale. Het is entertainment met een irreële waarde. De echte wereld bevindt zich daarbuiten, buiten de grenzen van de studio.
Dit is ''Jeu de la Mort'' een fictieve tv-quiz, eigenlijk een onderzoek naar het 'beest in de mens' - om het dramatisch uit te drukken - dat in februari Frankrijk op zijn kop zette. Het betreft een hedendaagse twist van het beruchte Milgram experiment. De volgende twee fragmenten werden ons toebedeeld tijdens een studieproject van geschiedenis en vormen een allesomvattende inleiding.
Uit een artikel van Gie van den Berghe:''Na wereldoorlog II stelden een aantal wetenschappers zich de vraag hoe het mogelijk was dat een mens zomaar blindelings een ander kan folteren of doden, zonder zich daarbij verdere vragen te stellen. Stanley Milgram (universiteit van Yale) vroeg zich af hoever je een mens kunt krijgen met gezagsargumenten. Al snel bleek dat hier een systeem, een kader, voor nodig is, dat het individu als het ware van zijn verantwoordelijkheid ontlast. In de naam van een hoger of belangrijker geacht of opgelegd ideaal zet hij zijn persoonlijke normen opzij en mettertijd vervaagt of verdwijnt zijn moreel referentiekader. De daad wordt gescheiden van de verantwoordelijkheid ervan. Deze wordt door het systeem overgenomen.
Daarnaast speelt het rollenpatroon en de groepsdruk een belangrijke rol. In een gesloten systeem kan men zich niet menselijk tonen of men loopt het risico door de soortgenoten te worden achtergelaten. ''
Wat is dat befaamde Milgram experiment nu eigenlijk? Uit: Stanley Milgram - Grenzeloze gehoorzaamheid, Utrecht/Antwerpen, Bruna, 1975. (Obedience to authority).
Wat is er onschuldiger en noodzakelijker dan gehoorzaamheid? (...) Toen in 1963 de resultaten bekend raakten van de gehoorzaamheidsexperimenten van Stanley Milgram (1933-1984) ging er een schok door de wereld. Een beetje kritisch mens wist natuurlijk al langer dat gehoorzaamheid schrikbare gevolgen hebben kan, bijvoorbeeld in oorlogstijd, maar Milgram toonde aan dat velen onder ons op eenvoudig verzoek van een als legitiem erkende autoriteit, bereid zijn medemensen te pijnigen..
Milgrams proefpersonen dachten deel te nemen aan een onderzoek naar het effect van straf op leergedrag. Ze werden door loting ingedeeld in leraars en leerlingen. De armen van de leerling werden aan de leuning van zijn stoel vastgemaakt, aan zijn polsen werden elektrodes bevestigd. Bij elk fout antwoord op eenvoudige leeropdrachten moest de leraar een elektrische schok toedienen, beginnend bij 15 volt, geleidelijk oplopend tot 450 V. Op de schokgenerator werd duidelijk aangegeven hoe pijnlijk of gevaarlijk de schokken waren.
Bij 120 volt klaagde de leerling over pijn, bij 150 eiste hij stopzetting van het experiment, bij 285 liet hij een hartverscheurende kreet horen. De leraar wendde zich telkens vragend tot de proefleider die hem vriendelijk doch beslist verzocht in het belang van het experiment door te gaan. Iedereen diende 315 volt toe, liefst 65% ging door tot het bitter einde (= de dodelijke 450 volt). Niemand had dat verwacht, psychiaters hadden voorspeld dat slechts een kleine pathologische groep tot het uiterste zou gaan.
In werkelijkheid werden geen schokken toegediend. De loting was getrukeerd, de 'leerling' was een medewerker van Milgram, opgeleid om de rol van slachtoffer te spelen. De proefneming werd door verscheidene onderzoekers in andere landen herhaald, telkens met vergelijkbare resultaten. Het experiment sprak zo tot de verbeelding dat het in nogal wat toneelstukken en films werd verwerkt...
Anders dan vaak wordt beweerd, was de gehoorzaamheid verre vanzelfsprekend. De meeste gehoorzame proefpersonen worstelden met een gewetensconflict. Ervan overtuigd dat ze fout handelden, wilden ze ermee stoppen, maar ze konden die overtuiging niet in daden omzetten, slaagden er niet openlijk in met de autoriteit te breken. Dat is het onthutsende: in bepaalde gezagssituaties stellen mensen daden die ze streng afkeuren tot verafschuwen. Aan de verwachtingen van de autoriteit voldoen, dat primeert; de eigen zedelijke normen verhuizen naar een tweede plan. Men ziet zichzelf niet meer als oorzaak van zijn gedrag, acht zich alleen tegenover de autoriteit verantwoordelijk, is werktuig geworden.
Milgram bedacht tal van ingenieuze variaties om na te gaan welke factoren van doorslaggevend belang zijn. Niet het niveau van de berokkende pijn, noch de klachten van de leerling; ook de persoonlijke kenmerken van slachtoffer of proefleider spelen geen rol van betekenis, net zomin als agressieve impulsen (als de leraars zelf het schokniveau mochten bepalen, kozen ze voor het laagste). Van groter belang zijn: nabijheid van het slachtoffer (bij niet hoorbaar protest van het slachtoffer ging bijna iedereen tot het einde door) en directe betrokkenheid bij het pijnigen (70% weigerden als ze de hand van het slachtoffer op de schokplaat moesten drukken). Aangetoond werd dat autoriteit en gezagsstructuur van doorslaggevend belang zijn.
Ook wezenlijk is de rechtvaardigende ideologie, bijvoorbeeld wetenschap of vaderlandsliefde. Een overkoepelende ideologie die het gehoorzame individu in staat stelt zijn foute daden positief te evalueren. Pijnigen of doden voor een goed doel, kwaad om bestwil. Milgram benadrukt de ideologische factor wel, maar onderzocht hem niet systematisch. Hij was dermate onder de indruk van de resultaten van zijn onderzoek, dat hij de rol van gehoorzaamheid overdreef tot een 'oppermachtige drang', grondslag van het meeste kwaad. Milgram (...) verwijst herhaaldelijk naar de jodenvervolging en -uitroeiing door de nazi's (...) en hij trekt even fel van leer tegen de Amerikaanse gruweldaden in Vietnam en onderstreept dat in een democratisch regime grenzeloze gehoorzaamheid nog onheilspellender is dan in een dictatuur. Het gaat hem om de ruimere betekenis: in een hiërarchische gezagsstructuur geïntegreerde mensen doen relatief gemakkelijk afstand van hun unieke persoonlijkheid en 'menselijkheid'.
Zoals soldaten in oorlogstijd, deden Milgrams proefpersonen niet meer dan hun plicht. En dat is geen verzinsel of goedkoop alibi, maar een goede omschrijving van de psychologische toestand van wie zich absoluut aan gezag onderwerpt.''

12:19 Gepost door Virginia | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |