04-06-10

Smokers outside the hospital doors

Roker_176274x

 

Zo net voor de allesbeslissende, slopende examenreeks kan ik mij er niet toe brengen om te leren. Dus houdt ik me 'nutteloos' bezig en schrijf een blogbericht om daarna me tot een practicum over pastis te wenden. Ik heb diepliggende vragen genoeg om te antwoorden en ''het Zelf'', mijn keuzes omtrent studie en leven en hun raakvlakken met postmodernisme komen zeker aan bod in de vakantie, maar ik kan het nu niet opbrengen om mij over zoiets als ''wat is het Zelf?'' te buigen met een semi-wetend gerimpeld voorhoofd.
Het resultaat is dus (wederom) een persoonlijke beschouwing, doch hopelijk filosofisch genoeg, op de vreemde prikkels die mijn hersenen tot een alledaagse 360 graden aanblik lijmen. Dit surrealistische plaatje, ik ben er niet uit en zal dat nooit zijn. Excuses aan wie ruwe, primaire filosofie wenst, ik beloof me na dit stuk niet meer aan gedachtengangen te bezoldigen voordat ik mijn hersenen gekraakt heb over een ''echt'' wijsgerig vraagstuk. In de tussentijd zal ik u amuseren met mijn essay over de media en een redevoering over 'het keurslijf van de keuze'.
Eerst waag ik mij wederom aan de alledaagsheid in haar periodieke vreemdheid. Ik verdedig mij met de stelling dat Socrates zijn vragen op de markt stelden aan verwarde burgers, ik reflecteer ze in mezelf in het shoppingcenter.
Dit beruchte winkelparadijs heeft als locatie het verstedelijkende Kapellen en op een opwarmende woensdagmiddag waag ik me op de veel te gladde vloer en onder het dak van het -weldra weer airco- complex om mijn uitpuilende kleerkast een beetje corpulenter bij te spekken. Mijn moeder en ik wringen ons met een vollopende blaas in een smal gangetje in de eerste hoek van de tunnel die omzoomt is met ketens.
Onopvallend huist in dit betegelde, nauwe, roodkleurige zijtunneltje van de molgang een andere dimensie. Afgesloten van de temperatuuropdrijvende zon buiten, bevindt er aan het einde van deze afgesneden, koele hol een tafeltje met daarop de roddelboekjes en erachter een vrouw die er ouder uitziet dan ze werkelijk is. Ze zit met een droevig gezicht op een goedkope, nephouten stoel achter dat kommetje met muntjes. De gelijkenis met een bedelaar ontgaat mij niet. Alles klopt in dit iconische plaatje; de radio speelt zacht een liedje met de boodschap 'I want to break out' en in haar schort met een zeem in de hand, kijkt de geblondeerde, gerimpelde oma op naar haar klanten.
Wanneer iemand zijn behoefte heeft gedaan en het witte hokje uitkomt, is ze er met de vaart van een gier die een kadaver ruikt. Alsof ze de betalende bende wil tonen dat er weldegelijk voor de dure prijs van 30 eurocent gewerkt wordt, verlaat ze haar bureau en voert een apathisch ritueel uit.
Ik bespeur een sluimerend, o zo diep gevoel van mededogen met deze gepensioneerde vrouw, die hier dag in dag uit onze billenbrillen mag schoonkuisen. Het is een deprimerende slaafse bijverdienste; het onderdanig zemen van stinkende toiletpotten. Ik neem me altijd voor om een praatje met deze gewillige dagallemaallezers aan te knopen. Het blijft altijd bij een 'alstublieft' en 'daag' met een weifelende glimlach, als dat er af kan. En ik maar klagen over een practicum over pastis.
- Ik bedenk me nog vaak over een toevallige ontmoeting maanden geleden in het Centraal Station. Ik en mijn vriendin besluiten van ons laatste puberale jaar te genieten en eten op een vrijdagavond cafeavond in het Centraal een portie afhaalkebab. Mijn medetiener bestelt kebab en ik waag me aan de falafel. We maken vrolijk een praatje met een bijzonder geanimeerde verkoper over koetjes en kalfjes en twijfelen over de te kiezen saus (Hmmm? Andalouse, ketchup of cocktail?) Tijdens de korte bereiding van onze take-awaymaaltijd duikt er naast ons een oude man op met een baard in een grijze, sjofele jas. Zet hem op de grond met een gitaar en het plaatje van Meirzwerver met colabekertje is compleet, om het even cru te stellen.
In gebrekkig Nederlands vraagt hij met het nodige enthousiasme of er nog werk is op de afhaalstand. Ik spits mijn oren terwijl hij van wal steekt met het verhaal dat hij vroeger in Bulgarije kok was op een (marine?)-schip en elke dag een andere maaltijd wist te bereiden. Hij vraagt aan ons of zijn Nederlands goed te verstaan is en met een verwarde uitdrukking op haar gezicht antwoordt mijn compagnon positief en ik volg haar met een gelaat dat er niet anders moet hebben uitgezien, hoewel ik mijn best deed mijn minste ''hey-een-echte-vreemdeling''-gezicht op te zetten.
De werknemer die ons bediend, reageert zoals te voorzien met een grijns die weinig hoop verraadt en geeft hem een formulier om in te vullen. We zijn ondertussen in het bezit van ons snackdiner en wensen de Bulgaar veel succes op zijn zoektocht.
Ik krijg zijn gezicht nooit meer uit mijn hoofd... Wie is die mysterieuze man? Wat is zijn verhaal; hoe kwam hij in Vlaanderen terecht vanuit dat verre, exotisch klinkende Bulgarije. Waar slaapt hij? Wat hoopt hij en droomt hij nog? Het pijnigt mij om deze ''arme'' man te vinden en uit te pluizen wat hem drijft. Ik fantaseer over een marinevloot op de Zwarte Zee zo'n 20 jaar geleden met een kok aan boord die zijn bemanning culinair voedend sterk voedsel voorschotelt. En ik maar dromen van Bulgarije.
- Terug naar die pietluttige vrije woensdagnamiddag. Ik ben opgescheept met de taak koekjes te bakken en sleur mezelf op automatische piloot de dorpsdelhaize binnen. Door de blinkende wandelgangen voortslenterend, galmt 'Freak Out' van de soulgroep 'Chic' door de supermarkt. de geluidsgolven botsen smalend met de boerendufheid. Verder verwijderd van Philadelphia uit de jaren '70 met haar vibe, is dat mogelijk? Ik beweeg met voort naar de kassa langs de rijen van fluttijdschriften en glamoureuze glossy's. 'Linda' van Linda de Mol (met een vleugje zelfverheerlijking) dicteert ons een onbereikbare korsetlevenswijzen waarbij zowel je aura, je bloemenperk en je seksleven van het hoogste (roddel)niveau zijn. Status, check! En ik maar shoppen.

Eindnoot: recentelijk ontdekte ik het oeuvre van 'The editors' mede dankzij een lid van mijn vriendenclub. In hun lied 'Smokers outside the hospital doors' proclameert de zanger 'the saddest thing I've ever seen are smokers outside the hospital doors'. Het shockeerde mij hoe irreël dit inderdaad is. Voor een ongezellig kil instituut waar dood en geboorte langs elkaar schampen aan een verslaving toegeven net omdat een van deze twee nadert. In de druilregen onder de luifel van een medisch genezingsoord jezelf aan een dodelijke hobby bezoldigen omdat je de stress niet meer houdt. Een vreemde vorm van ontspanning, de mensen die met gespannen blik nerveus buiten de automatische ziekenhuisschuifdeuren hun sigaret opsteken.
De Duitse ontvoerde bankiersvrouw werd vermoord teruggevonden, buiten in de straat zingen jonge mensen 'olee, olee' en Joran Van der Sloot komt niet los uit het milieu van vage casino's en meisjesmoorden.
'Baby, it's a wild world' zingt mijn moeder over enkele maanden als ik mijn kot betrek. Ik neurie 'it's a strange world and wild is too soft a word'.


''When we remember that we are all mad,
the mysteries disappear and life stands explained.''

- Mark Twain, Notebook 1935

22:48 Gepost door Virginia in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |