22-10-10

Aanval I: Natuurlijk, ja, natuurlijk

 

natural_phone.jpg

Ik zal met de deur in huis vallen: dit wordt een directe, non-discrete aanval. Alle regeltjes en beleefdheid aan de kant, want ik word ziek. Ik word ziek van het argument ''dat is (niet) natuurlijk'' en dan heb ik het niet over de brave biowinkels die hun artikelen zo aanprijzen. Ik bevind me in een staat van gemixte lethargie, woede en kreunende onmacht telkens een domoor op de proppen komt met de klassieker ''maar dat is natuurlijk'' of ''dat is tegen de natuur in''. Krijsende ambetantheid krijg ik van dit ontegensprekelijke drogargument. Je kunt het truttig, wijzende vingertje al je richting uit zien zwaaien. 

Tegen dit hoogst irriterende omgekeerde kippenvel hoort een premier tegengewicht, een terugschot, een moment van volledige uitleving. Dus spui uw gal in... nu! 
''Gay marriage isn't natural! Marriage is a bond exclusively between a man and a woman.'' Om even op te warmen met het meest paradigmatische voorbeeld uit conservatief, Bible belt Amerika; de toverformule wordt tijdens elk debat op een bepaald moment uit de kast getrokken, het is enkel een kwestie van afwachten. Wat mij een nog hogere graad van mateloze ''grrr...'' bezorgd, is dat niemand ooit moeite neemt om dit poepsimpele kleutergestommel te ontkrachten. De hele progressieve partij kijkt een beetje verschrikt op alsof Demosthenes zelve net een eloquente redevoering heeft beëindigd. Het ergst van al zijn de geleerden die terugbijten met ''ja, maar bij pinguins, apen en een of andere diersoort komt ook homosexualiteit voor om de banden te versterken!'' Zielig! Stamp die bazelende ezels dan toch onder de tafel! 

Schot nr. 1: Als -om nu maar iets te noemen- homosexualiteit te compareren valt met de natuur, welk deel van het oh zo wonderlijke milieu moeten wij dan als referentie gebruiken; de wetten der mieren, de zwetende palingen, de zinkende ijsberen of de waaiende eikenbomen? Zwarte weduwen vermoorden hun paarpartner, is het dan ook aan ons om passiemoord te legaliseren? Onze slingerende vriend met 99,7% gelijk dna in zijn chromosomen wordt in experimentuitkomsten zonder wetenschappelijke schaamte op de mens geprojecteerd. Wie zegt dat als apen of ratten een gedrag vertonen dat dit ook voor een chipsherkauwende, computerstarende homo sapiens soort een reële karaktertrek in het onze geest zonder grond is? 'Nature' kenmerkt zichzelf door zo'n immense diversiteit (nog een stokpaardje, van biologen deze keer) dat het zwieren met algemene termen is om een menselijke drijfveer te projecteren op zoiets als DE natuur, wat in feite niet bestaat evenals DE muziek of HET heelal lege uitdrukkingen zijn.  

Schot nr. 2: Nu ja, het ligt voor de hand om te stellen dat als we alles in de vuilnisbak behoren te kieperen wat niet de sticker ''puur natuur'' draagt dat we dan onze civilisatie morgen kunnen opdoeken. Bekijk het eens radicaal: hoe ''natuurlijk'' is religie, huwelijk (de mens als beest is niet geboren als trouw dier), eten in plastic, oorlog, pixels op een plaatje, zappen tussen praatprogramma's, aluminium fietsen, stalen auto's, de knippende kapper, whitening tandpasta, plastische neuzen,...?? Tijd dus om de kleren af te leggen, de laatste motilium te slikken en rond het kampvuur te vergaderen in grommende keelklanken over wie morgen met de gekapte speer een hert zal villen. Of misschien moeten we dit alles nu we toch op pad zijn ook schrappen, want wie zag apen ooit rond een vuur zitten en op voedsel jagen met zelfgemaakte werktuigen? Trek de evolutie zonder meer even de andere kant op tot net voor die Australopithecus waarmee alle onheil van het onnatuurlijk zijn begon. 

Schot nr. 3: Aanleunend bij de tweede vuurpijl concludeert men dus netjes dat het net naar ironische gewoonte de ''natuur'' is van onze mislukte soort (voor zover we een eenzijdig bouwplan bezitten) om dwars tegen die in de weg zittende beestjes en plantjes in te drijven. De geschiedenis kent typische rode draadjes ten midden van herhaalde fouten en domme inzichten en eentje daarvan is de ontembare drang om dat opgelegde ''natuurlijke'' lot te verslaan, met wisselend succes niettegenstaande. De slogan waarmee de Bioshop hun gezonde artikelen aanprijst, daar kan ik nog mee leven. In een tijdperk waarin we soms net een tikkeltje te veel zijn doorgeslagen op de weegschaal van natuur vs. kunstmatig vind ik het aanvaardbaar dat er stemmen opkomen om qua voedsel, geneesmiddeltjes en levensstijl ''terug naar de natuur'' af te zakken. Op zich is het mogelijk alles als natuurlijk te beschouwen (ook olie, medicijnen en drugs) daar alles een mix is van pure of gesynthetiseerde ''natuurlijke'' stoffen. Dat doorgedreven standpunt toegedekt gelaten, is er vanzelfsprekend een duidelijk verschil tussen wat ''van nature'' beter in/bij ons lichaampje past. Soms is het uiterst handig om ''de natuur'' te verslaan; niemand wil graag ''natuurlijke'' pneumoniebacteriën in zijn cellen laten floreren. Andere keren geven ''het natuurlijke verloop'' net gelijk; niemands metabolisme draait op uitsluitend diepvriespizza's.

De onschuldige natuuraanprijzingen in alternatieve supermarkten tolereer ik gaarne, maar kom alstublieft niet aanrijden met dat pseudo-intellectuele, smart-ass spreekwoord van ''dat is niet natuurlijk en daarom is het niet goed'', want je krijgt een woorden'toek' op je 'bakkes' waar je lang niet goed van zult zijn. Conservatiefjes overal zullen toch eerst eens hun ''natuurlijke'' roots mogen aanvaarden van Darwin vooraleer ze hun mond durven te openen om te dicteren wat ''natuurlijk'' is en dan nog eens te beweren dat we aan ons aan deze wetten moeten houden.

 Voila. Dat lucht op. 


''God loved the birds and invented trees. 

Man loved the birds and invented cages.'' 


- Jacques Deval 


 

23:09 Gepost door Virginia in Actualiteit | Permalink | Commentaren (3) | Tags: natuurlijk, natuur, filosofie, drogargument |  Facebook |

31-07-10

Het Zelf

 

who am I.jpg

 

 

Wat ben ik? Een goede vraag... Naar een aanhoudende filosofische pennenstrijd die al sinds het ontstaan van dat mysterieuze Zelf aan de gang is, zit niemand echt op mijn bespiegeling over dit aartsmoeilijke vraagstuk te wachten.

Dus nam ik het luie besluit om mijn blog eerst enigszins in de trend van Skynet te vernieuwen; de belachelijk oude artikels zijn verwijderd, dus op een paar citaten en mijn eerste berichtjes na kan u me niet langer op mijn kinderlijke spellingfouten wijzen. De lay-out is ook veranderd en zal voor de een meer ethische waarde hebben dan voor de andere visiteur. U kan zich ook abonneren op een primitieve nieuwsbrief, die ik nog verder wil uitbouwen om u op de hoogte te houden van recente veranderingen en updates. Laat ik na drie weken niet verder om de pot draaien en mij confronteren met die diepe, duistere poel. Een gevreesd onderwerp ontdaan van al het narcisme dat men eraan zal linken: ikzelf.

Wat is het Zelf in relatie tot anderen? Deze vraag prijkt bovenaan mijn warrige nota's van een lang vervlogen filosofievoormiddag. Hij werd op onze ochtendmaagjes geserveerd en in de groep geworpen met tot gevolg een verwarrende, soms off-topic, discussie waarin ik me -daar ik niet echt iets kon toevoegen- niet in mengde, maar wel pende. Ook nu weer voel ik mijn maag, die me waarschuwt om mijn grenzen aanziende taart nu eens te leren erkennen, als ik een prelude van het artikel onafgewerkt post om het toch nog in de maand juli in het archief te persen. Ben ik misselijk? Of ervaart mijn geest de onpasselijkheden van het gevangenschap in mijn lichaam? Terzijde, de dualiteit lichaam - geest is niet in de minste mate verbonden aan de vraag omtrent dat mysterieuze ''IK''. Laten we beginnen bij de puurste vraag in al haar simpelheid. Ook in de filosofie geldt: face your fear. Deze kwestie jaagt mij de angst van denkende vermoeidheid aan.

Wat is het Zelf? Het eerste onderdeel stuit rechtstreeks op een impasse. Om het gemakkelijk voor te stellen verdelen we de standpunten in twee. De ene zal standvastig stellen dat het Zelf, dat wat ons onverhulde Ik maakt, overeenkomt met de metafoor van de steen, een solide ''blok'' waarin wijzelf en anderen het unieke Zelf in uithouwen. We zijn zelf gebeeldhouwde beeldhouwers.

Kamp twee volgt een draad die zich spint waar in de geschiedenis men de vorige vindt en volgt -als ik mij niet vergis- de Schot Hume in zijn stellige stelling dat een rots mens in de branding van vluchtige indrukken een illusie is, het Zelf is zelf niet meer dan een verzameling luchtige, voorbijgaande stroom. Hoe angstaanjagend het ook mag klinken in de oren van wie hoopt dat hij de spons is in de snelstromende rivier van de panta rei rondom hem, ik verschuil mij liever achter de coulissen van het tweede kamp, want hoewel we vast lijken, zijn wijzelf niet minder aan de malende verandering onderworpen dan de flitsende wonderen die onze vliegensvlugge ogen trachten te volgen. In een ontelbaar verleden schreef ik als pientere zevenjarige in een angstaanjagend serieuze toonaard woorden op in een schriftje. Door mijn gangbare verzameling aan halflege, bekladde schrijfschriftjes bladerend, vervult mij een mengeling van schaamte, vrolijkheid en argwaan, maar bovenal vervreemding wanneer ik dat onvolmaakte handschrift zie. Ik ben niet wie ik was.

Niemand maakt mij wijs dat dat kleine meisje niet gemetamorfoseerd is. Nee, het is geen steen die uitgekerfd is in allerlei grillige vormen. Een olifant die kijkt naar zijn tijd als microbe ervaart die vreemde koppeling van een niet te duiden evolutie.

Toch voel ik dat kleine kindje in mij woelen, verbindt dan soms iets meer dan tijd haar en mij zoals de cel de olifant en de microbe?

Is ons verlangen naar een oog waarrond de tornado woelt meer dan een hunkeren naar houvast?

Laten we de polemiek verder kabbelen aan de oever van de geleerde discussies en ons concentreren op de voorwaarden voor een Zelf in dat brede Zijn.

Onontbeerlijk lijkt een bewustzijn zoals de levende wereld dat rondom ons heeft en ik zwijg hierbij over merkwaardige planktonachtige levensvormen en laat geheel bewust het voorvoegsel ‘zelf’ weg in ‘bewustzijn’. Naar mijn dierenliefhebbermening hebben animale wezens namelijk eveneens een Zelf, enkel onderscheiden doordat wij ons van dit Zelf bewust zijn.

Een tweede nood bestaat in interactie met anderen (wezens met een Zelf). Deze interactie is geen directe voorwaarde voor het krijgen van een Zelf, maar is vitaal voor de ontplooiing ervan. Ieder die een Zelf als potentie krijgt ingeboren, is gedwongen interactie te hebben of het Zelf neemt af, vervaagt en lost uiteindelijk op in dat grote Zijn. Dit cruciaal belang maakt de vraag ‘Wat is het Zelf in relatie tot anderen?’ een haast pleonastische vraag , op het eerste zicht zijn het Zelf en de Ander onontbeerlijk verbonden, maar wie goed kijkt, weet dat haast hetzelfde een minieme differentie aanduidt. De limiet tot waar die Ander reikt en het Zelf begint, bevindt zich in een vage schemerzone, een prikkelende kwestie waar ik later nog op terug zal komen.

We zijn in staat min of meer te besluiten dat de Ander fundamenteel is om de vlam van het prille, wankelende Zelf aan te steken. De invloed, grenzend aan de macht die de Ander uitoefent over dat Zelf (geholpen door overige invloeden van buitenaf, niet afkomstig van een ander Zelf) door haar ‘’geworpenheid in de wereld’’ zoals Heidegger dat uitdrukt.

Het uiterste standpunt, dat we bekomen als we deze gedachtegang doortrekken in het lichtjes extremere, is dat de Ander niet instaat voor de ontluiking of vorming van het Zelf, maar ter gehele creatie ervan. Wij delen in de Ander en de Ander heeft deel aan ons. Wij zijn Anderen.

Het is zowat angstaanjagend om te mijmeren dat ons dierbare Zelf, dat kleine stukje waar we zo gretig aanklampen, dat werkelijk eigen en ongedeeld is, dat dit prieelachtige tempeltje telkens een verwijzing naar die buitenwereld, naar de Ander is.

Ik moet bekennen dat die redenering ergens steek houdt; in het dagdagelijkse verwijst mijn gedrag, mijn Ik (überego, ego, id) in principe naar mijn omgeving en haar ingevingen, haar niet aflatend stuurgedrag van subliminale commando’s. Waar ik goed in ben, welke literatuur ik graag opslok, welke noten het liefst in mijn oren klinken; Zij selecteerden en creëerden voor mij. Alles wat ik ben en pretendeer te zijn, zij zijn het.

Voor ik tot mijn persoonlijke antwoord op ‘Wie is het Zelf?’ kom (om de vraag dynamischer te formuleren naar Heideggeriaans voorbeeld), permitteer ik mezelf een nietige parekbasis of uitwijding over onze dierenvrienden en hun Zelf.

Zoals ik eerder meedeelde, staat het voor mij dogmatisch als een rots boven water dat beestjes een Zelf hebben (ter duiding: een Zelf is niet gelijk aan ziel, dat geldt voor dit hele artikel). Van hun bewustzijn moet ik alleman niet meer overtuigen, het ontbreekt hen –in grote mate- aan zelfbewustzijn. Dat duo spillen die de bestaansvoorwaarden van het Zelf zijn: bewustzijn en interactie met de Ander, zijn aanwezig.

Dit menselijke zelfbewustzijn ontbreekt in het dierenrijk omdat het nefaste besef van de eigen sterfelijkheid (binnen het kader van de vergankelijkheid) absent blijft. Telkens we ons oog op waarachtige diertjes laten vallen, merken we op hoe instinctief en primair ze leven, gefocust op slechts het nu zonder meerdere zorgen en een perspectief van een toekomst. Evenmin is het dier zich bewust van de spiegel in het oog van de Ander. ‘’Wat denkt men van mij?’’, een typisch homo sapiens trekje. Dieren verblijven immer in zichzelf en treden niet naar buiten; de spiegelreflex is hen onbekend en onbemind. Wij nemen met fascinatie dat Zelf waar.


‘Wie is het Zelf’ en ‘Wie is het Zelf in relatie tot de ander?’.

Deze twee hersenkrakers zal ik zonder ‘Sein und Zeit’ te hebben gelezen naar mijn beste vermogen van repliek dienen.

Beschuldig me ervan een neurologisch kind van mijn dementietijdperk te zijn, maar genoodzaakt een beeld te gebruiken, compareer ik het Zelf met een schakelnetwerk. Eindeloos, met meer dan een eindeloos aantal connecties spreidt dit netwerk van Zelven zich uit. Het is niet precies te zeggen waar we de grens tussen de ene en de andere trekken. In deze drukke wereld van voortdurende impulsen onderling en binnenin de verschillende Zelven, participeert niet elke schakel. Sommigen zijn uitgeschakeld en als een uit Zijn (en dus niet door de Ander) gecreëerde potentie zijn ze geschapen naar het voorbeeld van de medeschakels. De Ander is nodig om hen te ontluiken, op te starten als het ware. Zonder deze levensimpuls verdwijnt de potentie als een leeglopende noodbatterij. Natuurlijk zijn niet alle Zelven identiek; de mogelijkheden in het Zelf vervat worden door de Ander en later door onszelf naar boven gehaald. In combinatie met een unieke serie impulsen van de Ander en de omgeving waarin het netwerk gedompeld is, geeft dit een uitzonderlijk Zelf. Wonderbaarlijk genoeg is het net de Ander die ons attent maakt op de bezitting van dat Zelf. Eens we dit ontdekken, schermen we ons angstvallig af van die Ander, op zoek naar ironisch genoeg ‘’onszelf’’. We hebben voldoende impuls gekregen om het zelfstandig te redden en die afzondering leidt niet meer onontbeerlijk tot uitdoving.

In het grote mysterie van het in de wereld zijn (dasein), plaatsen we ons buiten dit Zijn waar wij zelf deel van uitmaken en degraderen dit tot subject om onszelf er buiten te plaatsen. We onderzoeken het schakelnetwerk als waarnemer van bovenaf terwijl we er zelf deel aan zijn.

Dit schakelnetwerk als symbool biedt een levendig, vloeiend, niet statisch Zelf met niettemin een vaste, harde (en tegelijkertijd zachte, kneedbare) kern en niet enkel voorbijrazende winden tegen de hemel van het Zelf.

Voor ieder wat wils om het zo te zeggen.


''Why are there beings at all, instead of Nothing?''

- Martin Heidegger

''Wat is, is. Wat is kan niet niet zijn.''

- Parmenides

 

05:11 Gepost door Virginia in Filosofie | Permalink | Commentaren (3) | Tags: zelf, ik, filosofie, heidegger, hume |  Facebook |